ECLI:NL:RBDHA:2026:1232
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij inreisverbod
De vreemdeling, van Marokkaanse nationaliteit, had beroep ingesteld tegen een besluit waarin een verblijfsvergunning asiel werd afgewezen en een inreisverbod van twee jaar werd opgelegd. Tijdens de zitting was alleen de gemachtigde van de verweerder aanwezig; de eiser en zijn gemachtigde verschenen niet.
De rechtbank onderzocht ambtshalve of de eiser procesbelang had. Uit de procedure bleek dat de eiser met onbekende bestemming was vertrokken en geen contact meer onderhield met zijn gemachtigde. De gemachtigde gaf aan dat de eiser in Spanje verblijft, maar niet reageert op berichten en het bekende e-mailadres niet meer in gebruik is.
Volgens vaste rechtspraak is procesbelang bij een inreisverbod alleen aanwezig als de vreemdeling gedurende de procedure contact houdt met zijn gemachtigde. Omdat dit niet het geval was, concludeerde de rechtbank dat de eiser geen prijs meer stelt op een inhoudelijke beoordeling van het inreisverbod en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank deed geen inhoudelijke uitspraak en wees proceskostenvergoedingen af.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang door het ontbreken van contact met de gemachtigde.