Uitspraak
RECHTBANK DEN Haag
1.Kern van de zaak
2.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie van 20 augustus 2025, met producties 1 t/m 5;
- de conclusie van antwoord in reconventie van 1 oktober 2025, met producties 1 t/m 3;
- een bericht van [gedaagde partij] van 3 april 2026, met producties 6 en 7;
- een bericht van [eisende partij] van 7 april 2026, met producties 10 t/m 12.
3.De feiten
Zoals op 22 april telefonisch aangegeven moeten wij helaas mededelen dat koper een beroep moet doen op de ontbindende voorwaarden. (…) De afwijzingsbrief van de bank hebben wij nog niet in ons bezit. Zodra wij deze ontvangen zullen wij deze per omgaande doorsturen. (…)”
De aanvraag voor een (hypothecaire) geldlening ten name van mevrouw [gedaagde partij] te [woonplaats] hebben wij ontvangen en beoordeeld.
Hier nogmaals de afwijzing van mevrouw [gedaagde partij] .