ECLI:NL:RBDHA:2026:124
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens kennelijk ongegrond besluit
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 24 juni 2025 waarbij haar asielaanvraag als kennelijk ongegrond werd afgewezen. Zij verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb. Bij een gelijktijdige uitspraak in een verwante zaak (zaaknummer NL25.28587) is het beroep inhoudelijk behandeld, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 5 januari 2026 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening in de asielzaak is afgewezen omdat het beroep inhoudelijk is behandeld en het bestreden besluit als kennelijk ongegrond is bevestigd.