ECLI:NL:RBDHA:2026:1243

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
NL25.54822
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:12 AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediend beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag

Eiseres diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 25 november 2024. De minister had de aanvraag op 16 december 2024 ongegrond verklaard, maar deze beslissing werd op 9 april 2025 door de rechtbank vernietigd, waardoor de minister opnieuw moest beslissen.

De rechtbank oordeelt dat bij vernietiging zonder termijnstelling de beslistermijn gelijk is aan de oorspronkelijke termijn, hier zes maanden. Deze termijn verstreek op 9 oktober 2025. Het beroep van eiseres, ingediend na een ingebrekestelling van 24 september 2025, was dus prematuur.

De minister had hoger beroep ingesteld tegen de vernietiging, maar dit schort de werking van de uitspraak niet op en het hoger beroep is op 8 oktober 2025 ingetrokken. Hierdoor is de beslistermijn definitief verstreken.

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk omdat niet aan de vereisten voor beroep tegen niet tijdig beslissen is voldaan. Eiseres wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur indienen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.54822

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. M.R. Verdoner),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 25 november 2024.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. Bij besluit van 16 december 2024 heeft de minister de aanvraag van eiseres ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 9 april 2025 heeft deze rechtbank en zittingsplaats, het besluit van de minister vernietigd. [2] Dit betekent dat de minister opnieuw op de aanvraag van 25 november 2024 moet beslissen.
3. Wanneer bij het vernietigen van een besluit geen termijn is gesteld voor het opnieuw beslissen op de aanvraag, geldt volgens vaste jurisprudentie [3] dat het bestuursorgaan gehouden is om een nieuw besluit te nemen binnen dezelfde termijn als de termijn die gold voor het vernietigde besluit. Het door de minister ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van 9 april 2025 schort de werking van de uitspraak niet op. De minister heeft de voorzitter van de Afdeling ook niet verzocht bij wijze van voorlopige voorziening alsnog schorsende werking aan het hoger beroep toe te kennen. Bovendien heeft de minister het hoger beroep inmiddels, bij brief van 8 oktober 2025, ingetrokken.
4. Het voorgaande betekent dat een beslistermijn van zes maanden geldt, die is verstreken op 9 oktober 2025. [4] Dit betekent dat de ingebrekestelling van 24 september 2025 te vroeg (prematuur) is ingediend. Het beroep voldoet daarom niet aan alle vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet beslissen. [5]

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van
K.D.M. Nijholt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 17 september 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3442.
4.Artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
5.Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.