ECLI:NL:RBDHA:2026:1245

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 januari 2026
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2503549:R-RK
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 292 lid 3 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot oplegging dwangakkoord wegens onvoldoende onderbouwing en belangenafweging

Verzoeker, een ondernemer met een schuldenlast van €142.652,37 bij 19 schuldeisers, heeft een schuldregeling voorgesteld waarbij een deel van de vorderingen wordt voldaan en het restant wordt kwijtgescholden. Omdat niet alle schuldeisers instemden, verzocht hij de rechtbank om het akkoord dwingend op te leggen.

De rechtbank oordeelt dat het verzoekschrift onvoldoende gemotiveerd en gedocumenteerd is om te beoordelen of het voorstel het maximaal haalbare is. Verzoeker heeft geen actuele financiële gegevens en onderbouwde prognoses overgelegd, ondanks verzoeken van schuldeisers. De voorgestelde uitkeringen aan schuldeisers zijn gebaseerd op een onduidelijke berekening van het inkomen.

De belangenafweging leidt tot de conclusie dat het niet onredelijk is dat schuldeisers, die samen 72,2% van de schuldenlast vertegenwoordigen, weigeren in te stemmen. De schuldeisers hebben verweer gevoerd en wijzen op het feit dat in eerdere jaren geen aflossingen plaatsvonden terwijl privé-opnames wel plaatsvonden. Het belang van schuldeisers om volledige betaling te verkrijgen weegt zwaarder dan het belang van verzoeker om zijn onderneming voort te zetten zonder deze schulden.

De rechtbank wijst het verzoek tot oplegging van het dwangakkoord af. Het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt in een apart vonnis behandeld. Tegen deze uitspraak kan binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld onder voorwaarden.

Uitkomst: Verzoek tot oplegging dwangakkoord wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en belangenafweging.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Toezicht
rekestnummer: NL:TZ:2503549:R-RK
vonnis van 22 januari 2026
in de zaak van
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats],
hierna: [verzoeker] ,
tegen
Belastingdienst,
gevestigd te Heerlen,
hierna: Belastingdienst,
Bizz Solutions B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
hierna: Bizz Solutions,
BridgeFund,
gevestigd te Amsterdam,
hierna: BridgeFund,
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland,
gevestigd te Den Haag,
hierna: RVO,
Pensioenfondsen in de kappersbranche, vertegenwoordigd door Sandjay Tuithof advocatuur,
gevestigd te Haarlem,
hierna: Pensioenfondsen,
UWV,
gevestigd te Amsterdam,
hierna: UWV,
hierna: verweersters
Waar deze zaak over gaat
[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Hij heeft een voorstel gedaan aan zijn schuldeisers, waarbij een deel van de vordering wordt voldaan en het resterende deel door de schuldeiser wordt kwijtgescholden. Omdat niet alle schuldeisers met dit voorstel hebben ingestemd, heeft [verzoeker] de rechtbank verzocht het aangeboden akkoord dwingend op te leggen. Dit verzoek wordt door de rechtbank afgewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De feiten waar de rechtbank van uit gaat

1.1.
[verzoeker] heeft de afgelopen jaren een schuldenlast opgebouwd van € 142.652,37 aan 19 schuldeisers. Het is [verzoeker] niet gelukt om zelf een oplossing te vinden voor deze schulden. Met behulp van [bedrijfsnaam] heeft hij voor het laatst op 7 november 2025 een schuldregeling aangeboden (saneringsakkoord). Dit voorstel houdt in dat over een periode van 18 maanden aan de schuldeisers met een recht van voorrang een uitkering wordt aangeboden van 14,96% en aan de gewone schuldeisers een uitkering van 7,48%, tegen kwijtschelding van het restant van hun vorderingen. Deze percentages zijn gebaseerd op de afloscapaciteit van [verzoeker] op basis van zijn inkomen.
1.2.
Verweersters zijn niet akkoord gegaan met dit voorstel. [verzoeker] heeft schulden aan de Belastingdienst van € 64.787,00 (42,25%), Bizz Solutions van € 2.150,32 (1,51%), BridgeFund van € 13.158,16 (9,22%), RVO van € 649,92 (0,46%), de Pensionfondsen van € 10.463,56 (7,34%) en UWV van € 16.295,00 (11,42%), dat is gezamenlijk 72,2% van de totale schuldenlast.
1.3.
Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [verzoeker] bij de rechtbank twee verzoeken ingediend. In de eerste plaats wil hij dat de rechtbank verweersters dwingt mee te werken aan de schuldregeling (een dwangakkoord oplegt). Wanneer de rechtbank dit verzoek afwijst, wil hij worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).
1.4.
De rechtbank heeft bepaald 22 januari 2026 uitspraak te doen.

2.De procedure

2.1.
De verzoeken van [verzoeker] zijn behandeld op de zitting van 15 januari 2026. Op deze zitting verschenen:
- [verzoeker] ,
- [naam 1] , schuldhulpverlener van [bedrijfsnaam] ,
- [naam 2] en [naam 3] , namens het UWV,
- [naam 4] , [naam 5] en [naam 6] namens de Belastingdienst.
2.2.
BridgeFund, de Pensioenfondsen, Bizz Solutions en RVO zijn opgeroepen, maar niet op de zitting verschenen.

3.Standpunten van partijen

3.1.
[verzoeker] stelt dat het onredelijk is dat verweersters het aanbod niet aanvaarden. Volgens hem heeft hij al het mogelijke gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden en kan hij niet meer aanbieden dan hij heeft gedaan.
3.2.
De pensioenfondsen hebben schriftelijk verweer ingediend. Zij stemmen niet in met de aangeboden schuldregeling om – kort samengevat – de volgende redenen. De vordering betreft niet afgedragen pensioenpremies. [verzoeker] is nog als werkgever actief in de kappersbranche. Indien een nog actieve werkgever niet-afgedragen pensioenpremies kan saneren, draagt deze niet bij aan het collectieve pensioenvermogen. Instemming met het voorstel zou afbreuk doen aan de solidariteits- en collectiviteitsgedachte van het verplichte pensioenstelsel. Dit zou leiden tot ongerechtvaardigd voordeel voor [verzoeker] en zet druk op de fondsen, met risico op lastenverzwaring voor andere deelnemers. Het belang van handhaving van solidariteit en collectiviteit binnen een verplicht pensioenfonds dient zwaarder te wegen dan het individuele belang van een werkgever, mede om precedentwerking te voorkomen.
Bizz Solutions heeft schriftelijk verweer ingediend. Zij stelt zich op het standpunt dat een aanboden regeling van € 8,- per maand onpraktisch en disproportioneel is, vanwege de administratieve verwerking. Ook is Bizz Solutions van mening dat [verzoeker] in staat is een substantieel hoger bedrag te voldoen.
De Belastingdienst heeft haar standpunt ter zitting toegelicht. Dit komt – kort samengevat – erop neer dat het verzoekschrift onvoldoende is gedocumenteerd. Ondanks verzoeken van de Belastingdienst zijn diverse stukken, waaronder de onderbouwde prognoses over 2025, 2026 en 2027 en de resultaten/boekhouding over 2025, niet ontvangen. Hierdoor kan de Belastingdienst niet controleren of er sprake is van een levensvatbare onderneming. Ook bestaan er twijfels over de juistheid van de berekening van het vrij te laten bedrag. De Belastingdienst kan niet vaststellen of het voorstel haalbaar en maximaal is en ook de belangenafweging kan daardoor niet worden gemaakt.
Het UWV heeft haar standpunt zowel mondeling als schriftelijk toegelicht. Zij stemt niet in met het aangeboden voorstel om de volgende redenen. De NOW-subsidie betreft een bijzondere vorm van overheidsbijstand en is verstrekt met publieke middelen. De toetsingscriteria voor kwijtschelding zijn daarom streng. Het verzoekschrift is kort gezegd onvoldoende onderbouwd. Er ontbreekt een deugdelijke financiële onderbouwing, waardoor er onvoldoende beeld is van de financiële positie, zowel zakelijk als privé. De privé opnames in 2023 en 2024 zijn bijna gelijk aan het resultaat voor belastingen. De geprognosticeerde privé-onttrekkingen komen uit op ruim € 38.000, wat neerkomt op een netto privé te besteden bedrag van € 3.180 waar de norm Participatiewet voor een alleenstaande circa € 1.400 per maand bedraagt. Het is onduidelijk of de volledige afloscapaciteit wel ten gunste komt van de schuldeisers en of het aanbod dus maximaal is. De meest recente cijfers van het lopende boekjaar ontbreken en ook een onderbouwde liquiditeitsprognose voor de komende 2 jaar, met en zonder schuldsanering, terwijl het UWV wel om aanvullende informatie heeft verzocht. De informatie die wel is aangeleverd lijkt niet te kloppen. In de jaarrekening van 2024 staat een schuldenlast van € 7.200 terwijl de werkelijke schuldenlast veel hoger is. In 2023 en 2024 is bovendien winst gemaakt maar het lijkt er niet op dat die winst, zelfs maar deels, is aangewend om zakelijke schulden mee af te lossen. Uit de niet-onderbouwde prognoses voor 2025-2027 blijkt bovendien een totale winst van ca. € 145.000. Als deze prognoses zouden uitkomen dan dienen de schuldeisers daarvan ook de vruchten te plukken.
BridgeFund en RVO hebben hun standpunt niet kenbaar gemaakt aan de rechtbank.

4.De beoordeling van de verzoeken

4.1.
De rechtbank zal het verzoek van [verzoeker] om een dwangakkoord op te leggen afwijzen. Hieronder wordt dit oordeel toegelicht.
Het beoordelingskader van een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord
4.2.
Een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord kan worden toegewezen als aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet de rechtbank vaststellen dat de schuldbemiddeling op de juiste wijze is uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie. Ten tweede moet de rechtbank aan de hand van een belangenafweging vaststellen dat het onredelijk is dat verweersters weigeren in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.
De schuldbemiddeling moet zijn uitgevoerd door een bevoegde instantie
4.3.
De rechtbank stelt vast dat de schuldbemiddeling is uitgevoerd door [bedrijfsnaam] . Dat betekent dat wordt voldaan aan de door wet gestelde voorwaarde(n), namelijk dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij.
De rechtbank moet een belangenafweging maken
4.4.
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser vrijstaat om te verlangen dat zijn vordering volledig wordt betaald. Tegelijkertijd is het belangrijk dat mensen met problematische schulden zicht hebben op een schuldenvrije toekomst. De wetgever biedt daar verschillende regelingen voor, waarbij mensen met schulden zich maximaal moeten inspannen om zo veel mogelijk af te lossen en daarna schuldenvrij verder kunnen. Schuldeisers moeten dan vaak wel afstand doen (van een (groot) deel) van hun vordering. Daarom kunnen schuldeisers alleen onder bijzondere omstandigheden gedwongen worden om in te stemmen met een aangeboden schuldregeling.
4.5.
De rechtbank kan een zogenaamd ‘dwangakkoord’ opleggen wanneer de weigering van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden onredelijk is. Om te kunnen beoordelen of dat het geval is, moet de rechtbank de belangen van alle betrokkenen afwegen: van [verzoeker] zelf, van de weigerende schuldeiser(s) en van de schuldeisers die wél hebben ingestemd. Op basis van die belangenafweging is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat een dwangakkoord hier niet op zijn plaats is.
[verzoeker] heeft niet het maximaal haalbare voorstel gedaan
4.6.
Het verzoekschrift is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gemotiveerd en gedocumenteerd om te kunnen beoordelen of het gedane voorstel het maximaal haalbare is. [verzoeker] is ondernemer en heeft te kennen gegeven zijn onderneming te willen voortzetten. Een voorstel tot finale kwijting dient daarom goed gemotiveerd en onderbouwd te zijn met onder andere actuele financiële gegevens en onderbouwde prognoses voor de komende jaren. Deze ontbreken en zijn ook op verzoek van de schuldeisers door [verzoeker] niet aangeleverd. De VTLB-berekening die is overgelegd gaat uit van een bruto inkomen van € 6.364 per maand. Waar dat op is gebaseerd volgt echter niet uit de overgelegde stukken. Ook uit het budgetplan dat als bijlage 12 is overgelegd blijkt niet dat maximaal wordt afgedragen aan de schuldeisers. Na aftrek van het bedrag dat wordt gereserveerd voor de schuldeisers en na aftrek van alle zakelijke en privé kosten van de geprognosticeerde omzet per maand, resteert nog een bedrag van € 273. Niet is toegelicht waarom dit resterende bedrag niet ook maandelijks voor de schuldeisers kan worden gereserveerd. Het voorstel lijkt niet maximaal.
Het is niet onredelijk dat verweersters hebben geweigerd met de schuldregeling in te stemmen
4.7.
De vorderingen van verweersters bedragen met 72,2% een aanzienlijk deel van de totale schuldenlast. Dat brengt mee dat niet snel kan worden geoordeeld dat het onredelijk is dat verweersters hebben geweigerd met de schuldregeling in te stemmen. Een groot deel van deze schuldeisers heeft ook verweer gevoerd. De schuldeisers zijn in de jaren 2023 en 2024 toen de omzet van [verzoeker] best redelijk was, in het geheel niet betaald of (deels) afgelost, terwijl in die jaren wel aanzienlijke privé onttrekkingen lijken te hebben plaatsgevonden. Onder die omstandigheden weegt het belang van de schuldeisers om aanspraak te kunnen blijven maken op volledige betaling zwaarder dan het belang van [verzoeker] om zijn onderneming zonder deze schulden te kunnen voortzetten.
Op het WSNP-verzoek wordt in een apart vonnis beslist
4.8.
[verzoeker] heeft op de zitting laten weten het verzoek om te worden toegelaten tot WSNP te handhaven als het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord wordt afgewezen. De rechtbank zal op dat verzoek in een apart vonnis beslissen.

5.De beslissing

De rechtbank:
- wijst het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord af.
Dit is een beslissing van mr. L. Mundt, rechter, in samenwerking met B.A.H. van der Ven, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2026.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan verzoeker gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag. Dit kan alleen indien het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling ook door de rechtbank is afgewezen en verzoeker tegelijk hoger beroep instelt tegen die afwijzing (art. 292 lid 3 Fw Pro).