ECLI:NL:RBDHA:2026:1245
Rechtbank Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot oplegging dwangakkoord wegens onvoldoende onderbouwing en belangenafweging
Verzoeker, een ondernemer met een schuldenlast van €142.652,37 bij 19 schuldeisers, heeft een schuldregeling voorgesteld waarbij een deel van de vorderingen wordt voldaan en het restant wordt kwijtgescholden. Omdat niet alle schuldeisers instemden, verzocht hij de rechtbank om het akkoord dwingend op te leggen.
De rechtbank oordeelt dat het verzoekschrift onvoldoende gemotiveerd en gedocumenteerd is om te beoordelen of het voorstel het maximaal haalbare is. Verzoeker heeft geen actuele financiële gegevens en onderbouwde prognoses overgelegd, ondanks verzoeken van schuldeisers. De voorgestelde uitkeringen aan schuldeisers zijn gebaseerd op een onduidelijke berekening van het inkomen.
De belangenafweging leidt tot de conclusie dat het niet onredelijk is dat schuldeisers, die samen 72,2% van de schuldenlast vertegenwoordigen, weigeren in te stemmen. De schuldeisers hebben verweer gevoerd en wijzen op het feit dat in eerdere jaren geen aflossingen plaatsvonden terwijl privé-opnames wel plaatsvonden. Het belang van schuldeisers om volledige betaling te verkrijgen weegt zwaarder dan het belang van verzoeker om zijn onderneming voort te zetten zonder deze schulden.
De rechtbank wijst het verzoek tot oplegging van het dwangakkoord af. Het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt in een apart vonnis behandeld. Tegen deze uitspraak kan binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld onder voorwaarden.
Uitkomst: Verzoek tot oplegging dwangakkoord wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en belangenafweging.