ECLI:NL:RBDHA:2026:12478
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken ingebrekestelling na vernietiging besluit minister
Deze uitspraak betreft het beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen door de minister op zijn aanvraag. Eerder had de rechtbank op 27 november 2025 het besluit van de minister vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen, zonder daarbij een termijn te stellen.
Eiser stelt dat de minister zich niet aan deze opdracht heeft gehouden en dient daarom beroep in. De rechtbank overweegt dat bij het niet tijdig beslissen op een aanvraag eerst een ingebrekestelling vereist is voordat beroep kan worden ingesteld. Dit geldt ook wanneer een eerder besluit is vernietigd zonder dat een termijn is gesteld.
In deze zaak heeft eiser de minister na de vernietiging niet opnieuw in gebreke gesteld. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de wettelijke vereisten en wordt het niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier M.H.G.P. Tober en is openbaar bekendgemaakt op 20 april 2026.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een ingebrekestelling na vernietiging van het eerdere besluit.