ECLI:NL:RBDHA:2026:1248
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onjuiste veilige landenstatus Senegal
Eiser diende op 19 november 2024 een asielaanvraag in met als grond dat hij vanwege zijn homoseksuele geaardheid in Senegal werd bedreigd en mishandeld. De minister wees de aanvraag op 7 december 2024 af als kennelijk ongegrond, stellende dat Senegal een veilig land van herkomst is en de verklaringen van eiser onvoldoende geloofwaardig waren.
Eiser stelde dat de minister ten onrechte niet op zijn aanvullingen was ingegaan en dat Senegal niet als veilig land van herkomst kan worden aangemerkt. De rechtbank oordeelde dat het voornemen geen rechtsgevolg heeft en dat de minister voldoende op de aanvullingen had gereageerd. Wel erkende de minister later dat Senegal niet langer als veilig land van herkomst kan worden beschouwd, waardoor de afwijzing als kennelijk ongegrond onterecht was.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit omdat eiser geen rechtsgrond voor verlening van een verblijfsvergunning aannemelijk had gemaakt. De vertrektermijn werd vastgesteld op vier weken en de minister werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 934.
De uitspraak biedt een duidelijke afweging over de veilige landenstatus van Senegal en de beoordeling van geloofwaardigheid bij asielaanvragen, waarbij procedurele zorgvuldigheid en motivering centraal staan.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onjuiste veilige landenstatus, maar de rechtsgevolgen blijven in stand met een vertrektermijn van vier weken.