ECLI:NL:RVS:2016:2999
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging asielafwijzing en in stand laten rechtsgevolgen
De staatssecretaris wees de asielaanvraag van de vreemdeling af als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank vernietigde dit besluit gedeeltelijk en verklaarde het beroep gegrond, maar liet de overige onderdelen van het besluit in stand. De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze gedeeltelijke vernietiging.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank het besluit in feite geheel heeft vernietigd omdat de afwijzing als kennelijk ongegrond ook een inhoudelijke beoordeling omvat. Na vernietiging van dit onderdeel resteert geen deel van het besluit. Desondanks liet de Afdeling de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand, omdat deze feitelijke gevolgen niet ongedaan gemaakt kunnen worden en het geschil finaal dient te worden beslecht.
De Afdeling stelde vast dat de vreemdeling geen aannemelijk gemaakt rechtsgrond had voor verlening van de asielvergunning. De vertrektermijn van vier weken begint te lopen na verzending van deze uitspraak. Tot slot veroordeelde de Afdeling de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de vernietiging van de asielafwijzing en laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand.