ECLI:NL:RBDHA:2026:12480
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublinprocedure wegens verantwoordelijkheid Duitsland
De zaak betreft een verzoeker die een asielaanvraag indiende, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling werd genomen omdat Duitsland als verantwoordelijke lidstaat werd aangewezen op grond van de Dublinverordening.
De verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek zonder zitting en constateerde dat de rechtbank reeds uitspraak had gedaan in de hoofdzaak onder zaaknummer NL26.3317.
Gezien de uitspraak in de hoofdzaak was een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Duitsland de verantwoordelijke lidstaat is en de hoofdzaak reeds is behandeld.