AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing asielaanvraag Colombiaanse vrouw wegens ongeloofwaardige verklaringen over ELN-dreiging
Eiseres, een Colombiaanse vrouw, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege bedreigingen door de guerrillagroep ELN, die ook haar stiefvader dwong te vluchten. Zij stelde dat zij en haar zus meerdere keren moesten verhuizen binnen Colombia om aan deze dreiging te ontkomen en vreesde voor haar leven bij terugkeer.
De minister wees de aanvraag af wegens gebrek aan geloofwaardigheid, met name over de samenhang en aannemelijkheid van haar verklaringen over haar verblijfplaatsen en het incident met de ELN. Eiseres voerde aan dat haar verstandelijke beperkingen onvoldoende werden meegewogen en dat zij haar relaas ondersteunde met een kopie van een aangifte en diverse landeninformatie.
De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende rekening had gehouden met het referentiekader van eiseres en dat haar verklaringen inconsistent en onvoldoende onderbouwd waren. De kopie-aangifte werd niet als objectief bewijs erkend vanwege oncontroleerbare echtheid. Ook de aangevoerde landeninformatie en verklaringen van haar stiefvader konden de geloofwaardigheid niet versterken.
De rechtbank concludeerde dat de afwijzing van de asielaanvraag terecht was en verklaarde het beroep ongegrond. Eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding en werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.
Voetnoten
1.Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000.
2.Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000.
3.WI 2021/9 onder 3.3.
4.WI 2024/6 onder 4.1.
6.Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000.
7.Proces verbaal vreemdelingenpolitie en aanmeldgehoor.
8.Aanmeldgehoor, pagina 13.
9.Nader gehoor, pagina 8.
10.Proces verbaal vreemdelingenpolitie en Nader gehoor, pagina 4-5.
11.Zienswijze, punten 15 en 19.
12.Nader gehoor, pagina 4.
13.Nader gehoor, pagina’s: 5-10 en 8.
14.Paragraaf C7/10 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000).
15.NOS, 7 mei 2024, ‘
16.Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid.
17.Eiseres wijst nog op het arrest van het Hof van Justitie van 10 juni 2021, ECLI:EU:C:2021:478 (LH).
18.Zie WI 2024/6 onder 4.2.
19.EUAA,16 december 205, ‘Colombia: Country Focus’, pagina’s 59, 64, 78 en de samenvatting.
20.Dat volgt uit paragraaf C1/4.3.2.3 Vc 2000 en uit onderdeel 4.2. onder c van WI 2024/6.
21.Nader gehoor, pagina 13.
22.De rechtbank wijst in dit kader ook op de uitspraak van de zus van eiseres, zaaknummer NL25.36400.
23.Zie de brief van 30 januari 2025 (kenmerk: 5865377). Zie ook de beslisnota bij het landenbeleid voor Colombia, Kamerstukken II, 2024-2025, 19 637, nr. 3345.