ECLI:NL:RBDHA:2026:12551
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij Wmo-opvang
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een maatwerkvoorziening opvang op grond van de Wmo 2015, welke door het college van burgemeester en wethouders van Delft is afgewezen. Na afwijzing van het bezwaar heeft verzoekster beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op zitting behandeld en beoordeeld of er sprake is van een spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Hoewel verzoekster en haar gezin nog in een noodwoning verblijven, is de tijdelijke toestemming van het college verlopen en is er geen concrete dreiging van ontruiming door de verhuurder. Hierdoor is geen actueel spoedeisend belang aanwezig.
De voorzieningenrechter oordeelt dat zonder spoedeisend belang alleen een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien het bestreden besluit evident onrechtmatig is. Dit is niet gebleken, aangezien het college heeft vastgesteld dat er geen problemen zijn met de zelfredzaamheid van verzoekster en haar gezin, maar sprake is van een huisvestingsprobleem.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en komt niet toe aan een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.