ECLI:NL:RBDHA:2026:12566
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Irak wegens ongeloofwaardigheid en niet tijdige indiening
Eiser, van Iraakse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege dreiging van de militie Ahl al-Haq na ontvangst van alcoholhoudend bier. De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat de geloofwaardigheid van de problemen werd betwijfeld en eiser zijn aanvraag niet tijdig indiende.
De rechtbank oordeelt dat de gehanteerde geloofwaardigheidsbeoordeling niet in strijd is met het Unierecht en dat de minister terecht heeft geoordeeld dat eiser onvoldoende documenten heeft overgelegd en geen samenhangend verhaal heeft gegeven. Eiser heeft onvoldoende inspanningen verricht om documenten uit Zweden te verkrijgen en zijn inconsistenties in tijdlijn en verklaringen over de dreiging zijn niet aannemelijk.
Ook het feit dat eiser Irak legaal heeft verlaten ondanks een arrestatiebevel en pas na drie dagen in Nederland zijn asielaanvraag indiende, weegt mee. De rechtbank concludeert dat de afwijzing terecht is en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.