Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Eritrese asielzoeker, werd op 6 mei 2026 aangehouden wegens het niet kunnen tonen van identiteitsdocumenten en opgelegd een maatregel van bewaring op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder stelde dat er sprake was van zware gronden, waaronder het risico dat eiser zich aan het toezicht zou onttrekken, mede vanwege een eerdere asielaanvraag in Duitsland en het feit dat eiser zonder identiteitsdocumenten Nederland was binnengekomen.
Eiser betwistte de zware gronden 3a en 3b, stellende dat hij zich onverwijld had gemeld als asielzoeker en geen intentie had om zich aan toezicht te onttrekken. De rechtbank oordeelde echter dat de zware gronden feitelijk juist zijn, omdat eiser zonder documenten vanuit Duitsland via België naar Nederland reisde en zich daarmee feitelijk aan toezicht onttrok.
De lichte gronden werden niet betwist en werden eveneens als feitelijk juist en voldoende gemotiveerd beoordeeld. De rechtbank vond dat de maatregel van bewaring gerechtvaardigd was en dat een lichter middel onvoldoende was om het risico op onttrekking te ondervangen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.