ECLI:NL:RBDHA:2026:12597
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen maatregel bewaring vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
Eiser, een Bulgaarse unieburger zonder rechtmatig verblijf in Nederland, werd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 de maatregel van bewaring opgelegd vanwege het risico dat hij zich aan toezicht zou onttrekken. De maatregel werd later opgeheven, waarna eiser beroep instelde en tevens een verzoek om schadevergoeding indiende.
De rechtbank beoordeelde of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was geweest. Gelet op het feit dat eiser Nederland ongecontroleerd en zonder rechtmatig verblijf was binnengekomen en zijn verblijf niet daadwerkelijk en effectief had beëindigd, oordeelde de rechtbank dat de maatregel terecht was opgelegd. De zware gronden die verweerder aanvoerde, waaronder het niet op de voorgeschreven wijze binnenkomen en het onttrekken aan toezicht, waren feitelijk juist en voldoende gemotiveerd.
De rechtbank concludeerde dat een lichter middel het risico op onttrekking niet kon ondervangen en dat de maatregel niet onrechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.