Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een staatloze Palestijn afkomstig uit Gaza, werd op 7 mei 2026 de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. Tegen dit besluit stelde eiser beroep in, dat tevens werd aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding. De maatregel werd op 12 mei 2026 opgeheven, waarna eiser instemde met schriftelijke afdoening.
De rechtbank beoordeelde of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was geweest en of schadevergoeding toekwam. Verweerder had de maatregel gebaseerd op zware gronden, waaronder het bestaan van een overdrachtsbesluit en het niet meewerken aan overdracht onder de Dublinverordening. Eiser betwistte deze gronden en voerde onder meer aan dat hij zich onverwijld had gemeld en dat medische klachten onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat de zware gronden 3k en 3m feitelijk juist en voldoende gemotiveerd waren, mede omdat verweerder het claimakkoord met Frankrijk had overgelegd en een overdrachtsbesluit bestond. Er was een reëel risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken. Andere gronden werden niet nader besproken omdat deze de uitkomst niet zouden beïnvloeden.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.