Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd ontvangen op 19 november 2023, maar de minister had na 21 maanden nog geen besluit genomen. Eiser stelde de minister op 1 november 2025 schriftelijk in gebreke en diende daarna beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister de beslistermijn van 21 maanden heeft overschreden en het beroep meer dan twee weken na ingebrekestelling is ingediend. De rechtbank legt een nadere beslistermijn van zes weken op waarbinnen de minister alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. De rechtbank kan de hoogte van reeds verbeurde dwangsommen niet vaststellen vanwege gewijzigde wetgeving. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser van € 467,- wegens het inschakelen van professionele juridische hulp.