Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:12825

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 mei 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
NL25.30812
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende onderbouwing medische problematiek en asielrelaas

Eiser, van Azerbeidzjaanse nationaliteit, vroeg asiel aan vanwege bedreigingen, een steekincident en zijn seksuele gerichtheid. De minister wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de meeste asielmotieven en onvoldoende onderbouwing van de medische problematiek.

De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende rekening heeft gehouden met de medische beperkingen van eiser, zoals geadviseerd in medische rapporten. Eiser heeft geen aanvullende medische documenten overgelegd en onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zijn problematiek zijn verklaringen belemmerde.

De rechtbank stelt vast dat het voortraject zorgvuldig is verlopen met meerdere gehoren en medische adviezen. De minister heeft het asielrelaas uitgebreid beoordeeld en de beperkingen in acht genomen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL25.30812
V-nummer: [v-nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

(gemachtigde: mr. C.C. Smit),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder, hierna de minister

(gemachtigde: mr. J.G.R. Becker).

Procesverloop

Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 13 juni 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 7 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, S. Alizadeh-Afshar als tolk in de taal Azeri en de gemachtigde van de minister.

Overwegingen

1. De rechtbank beoordeelt het beroep aan de hand van de argumenten die eiser daartoe heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
2. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna zal zij verder toelichten hoe zij tot dat oordeel is gekomen en welke gevolgen dat oordeel heeft.
Het asielrelaas
3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser stelt van Azerbeidzjaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedag] 1984. Op 7 september 2019 is eiser voor het eerst naar Nederland gekomen om asiel aan te vragen vanwege een steekincident in opdracht van de Azerbeidzjaanse autoriteiten. Die autoriteiten bedreigden de zoon en toenmalige vrouw van eiser met de dood als hij niet terug zou keren. Om die reden is eiser eerder vrijwillig teruggekeerd naar Azerbeidzjan. Eiser is vervolgens gescheiden van zijn toenmalige vrouw om te voorkomen dat zijn gezin problemen zou krijgen met de autoriteiten vanwege hem. Op 15 maart 2021 is eiser onrechtmatig aangehouden door de politie. De autoriteiten zitten achter hem aan vanwege zijn politiek getinte facebookberichten, zijn desertie en zijn seksuele gerichtheid.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante asielmotieven:
- identiteit, nationaliteit en herkomst;
- seksuele gerichtheid;
- eiser heeft politiek getinte berichten op Facebook geplaatst;
- in opdracht van de Azerbeidzjaanse autoriteiten is eiser neergestoken;
- vanwege de seksuele gerichtheid en/of politiek getinte (re)posts op Facebook is eiser onrechtmatig aangehouden; en
- eiser heeft de dienstplicht ontdoken.
De minister stelt zich op het standpunt dat het motief identiteit, nationaliteit en herkomst en het motief dat eiser politiek getinte berichten op Facebook heeft geplaatst geloofwaardig zijn. De rest van de asielmotieven acht de minister ongeloofwaardig. De minister concludeert dat de asielaanvraag ongegrond is.
Het beroep
5. Eiser voert aan dat er onvoldoende rekening is gehouden met zijn medische beperkingen in het bestreden besluit en dat er daarom niet van eiser kan worden verwacht dat hij op detailniveau kan verklaren. Ten onrechte is in het tweede medische advies daarnaast niet opgenomen hoe de beperkingen als gevolg van de psychische klachten doorwerken in de besluitvorming. [1] Het is ook onvoldoende duidelijk wat de invloed van zijn medische problematiek is geweest op zijn verklaringen. [2] Ter zitting heeft eiser nog aangevoerd dat de minister een nieuw medisch advies had moeten aanvragen om de invloed van zijn medische problematiek voor het bestreden besluit in kaart te brengen.
5.1.
De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat het voortraject zorgvuldig is verlopen. Eiser heeft meerdere gehoren gehad. Op 25 februari 2022 heeft eiser een aanmeldgehoor gehad. Er is een eerste medisch advies uitgebracht op 18 augustus 2022. Op 19 oktober 2022 heeft er een nader gehoor plaatsgevonden en eiser is vervolgens op
24 november 2022 aanvullend gehoord. Er is op 23 april 2024 nog een medisch advies uitgebracht. Eiser is daarna nog op 17 oktober 2024 en 23 januari 2025 gehoord. Bij het laatste gehoor is ook een medewerker van Vluchtelingenwerk Nederland aanwezig geweest. De vraag die voorligt is of er in het bestreden besluit voldoende rekening is gehouden met de medische beperkingen van eiser. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.
5.2.
Uit vaste rechtspraak van de Afdeling [3] blijkt dat het uitgangspunt is dat de minister ervan uit mag gaan dat het medisch advies dat door een deskundige is opgesteld, voldoet aan de vanuit een oogpunt van vakkundigheid te stellen eisen en zorgvuldig tot stand is gekomen. Indien de vreemdeling een nieuwe rapportage overlegt of een veranderde medische rapportage, dan moet die betrokken worden door de minister.
5.3.
De rechtbank stelt vast dat uit de medische adviezen die zijn opgesteld het volgende blijkt:
“(…)
2a. Zijn er medische klachten gebleken tijdens het onderzoek?
Ja
2b. Gegeven de medische klachten die tijdens het onderzoek zijn gebleken, zijn de volgende beperkingen aanwezig en wordt het volgende advies aan de IND meegegeven
Er is sprake van beperkingen die relevant zijn voor het horen en/of beslissen, te weten dat het is geobserveerd dat betrokkene last heeft van een wisselende, verkorte concentratie en/of een vertraagd vermogen om de vraagstelling te begrijpen. Gelieve betrokkene meer tijd bieden om te antwoorden. Graag betrokkene korte en gerichte vragen stellen. De vragen zo nodig herhalen, verduidelijken of de vragen op een andere manier stellen.
Er is sprake van beperkingen die relevant zijn voor het horen en/of beslissen, te weten dat betrokkene heeft aangegeven dat hij moeite lijkt te hebben met het plaatsen van exacte data bij gebeurtenissen. Betrokkene geeft aan gestrest te zijn. Advies: Betrokkene op de momenten dat hij/zij gestrest is een korte pauze aanbieden
3a. Staat betrokkene momenteel onder behandeling voor medische omstandigheden
Ja
3b. Gebruikt betrokkene momenteel medicijnen?
Ja
3c. Betrokkene is geadviseerd om de huisarts van de GZA/JCS medische dienst te bezoeken
Nee
3d. Bij het opstellen van dit medisch advies is gebruik gemaakt van medische documenten aangaande de gezondheidssituatie van betrokkene
Nee (…)” [4]
en
“(…)
2a.Zijn er medische klachten gebleken tijdens het onderzoek?
Ja
2b.Gegeven de medische klachten die tijdens het onderzoek zijn gebleken, zijn de volgende beperkingen aanwezig en wordt het volgende advies aan de IND meegegeven
Er zijn beperkingen voor het horen als gevolg van de psychische klachten. Betrokkene is een kwetsbare persoon, graag ondersteunend benaderen. Betrokkene werd geadviseerd om in verband met de klachten opnieuw naar GZA te gaan.
- Bij betrokkene geobserveerd dat hij een wisselende concentratie kan ervaren en/of een vertraagd vermogen om de vraagstelling te begrijpen. Betrokkene eenvoudige, korte en gerichte vragen stellen en deze vragen herhalen, verduidelijken of de vragen anders stellen.
- Betrokkene heeft beladen gebeurtenissen meegemaakt en kan wanneer deze ter sprake komen toenemende spanning en hierdoor concentratie- en geheugenproblemen ervaren. Graag het oplopen van spanning vermijden.
Betrokkene heeft moeite met praten over wat hij heeft meegemaakt, graag tijdig onderbreken en betrokkene tijd geven om tot zichzelf te komen.
- Bij betrokkene geobserveerd dat hij emotioneel kan worden wanneer hij praat over zijn asielrelaas. Graag ruimte bieden voor de emoties en indien nodig een extra pauze aanbieden.
- Bij betrokkene geobserveerd dat hij moeite heeft met exacte gegevens zoals datum bij gebeurtenissen plaatsen, hij weet deze wel ongeveer te benoemen, maar kan last hebben van een mogelijke blokkade. Betrokkene meer tijd geven om deze gegevens te achter halen of bij benadering uitvragen.
Betrokkene wanneer nodig de gelegenheid geven om gebruik te maken van het toilet
Betrokkene kan mogelijk decompenseren bij negatieve beschikking.
3a.Staat betrokkene momenteel onder behandeling voor medische omstandigheden
Nee
3b.Gebruikt betrokkene momenteel medicijnen?
NEE, maar betrokkene heeft in het afgelopen half jaar wel medicijnen gebruikt
3c.Betrokkene is geadviseerd om de huisarts van de GZA/JCS medische dienst te bezoeken
Ja
3d.Bij het opstellen van dit medisch advies is gebruik gemaakt van medische documenten aangaande de gezondheidssituatie van betrokkene
Nee
(…)” [5]
5.4.
De rechtbank is van oordeel dat het betoog van eiser dat de medische adviezen onvoldoende inzicht geven in wat de invloed van de medische omstandigheden is op het bestreden besluit, niet slaagt. Zoals de minister terecht heeft gesteld, is het uiteindelijk aan de beslisambtenaar om de beslissing te nemen en daarbij rekening te houden met de beperkingen die genoemd zijn in het medisch advies. Eiser heeft gedurende de gehele procedure geen documenten overgelegd met betrekking tot zijn medische situatie. Niet is gebleken van een diagnose of anderszins van een (psychische) aandoening waardoor niet van de verklaringen van eiser uit zou kunnen worden gegaan. Het is aan eiser om dat te onderbouwen, nu dat niet uit bovengenoemde medische adviezen blijkt. Daarnaast blijft het ook aan eiser om zijn asielrelaas te onderbouwen en aannemelijk te maken. Niet is gebleken dat er sprake is van zo een uitzonderlijke situatie dat de minister zelf onderzoek moet doen. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om te concluderen dat de minister niet van de medische adviezen uit kan gaan.
5.5.
Zoals de minister terecht heeft gesteld is er in de beoordeling voldoende rekening gehouden met de beperkingen die zijn gebleken. In het bestreden besluit zijn – na een verzoek daartoe van de gemachtigde van eiser – de verklaringen van eiser niet op detailniveau beoordeeld. De minister heeft ook in het bestreden besluit zeer uitgebreid het referentiekader van eiser weergegeven en de invloed daarvan op de beoordeling. Eiser heeft verder niet concreet gemaakt wat er anders had moeten worden beoordeeld in het bestreden besluit of wat hij nog anders had willen verklaren. Ter zitting is nog aangegeven dat uit de gehoren blijkt dat eiser niet over zijn gevoelsleven heeft verklaard, dus dat dit ook niet kan worden tegengeworpen. Deze stelling is echter niet onderbouwd en de rechtbank volgt dat standpunt ook niet. Uit de gehoren blijkt namelijk dat eiser op meerdere momenten wel over zijn gevoelsleven heeft verklaard. [6] Voor zover eiser betoogt dat hij het niet uitgebreider kon verklaren vanwege zijn gestelde problematiek, ontbreekt iedere onderbouwing daarvan.
5.6.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat de minister in het bestreden besluit voldoende rekening heeft gehouden met de medische omstandigheden van eiser. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

6. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag van eiser in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L. Dolfing, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Waal, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Hiertoe verwijst eiser naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Den Bosch, van
2.Hiertoe verwijst eiser naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond van 20 mei 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:8794.
3.De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, bijvoorbeeld in de uitspraak van 27 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2084.
4.Medisch advies van 18 augustus 2022.
5.Medisch advies van 17 mei 2024.
6.Bijvoorbeeld op pagina 4 en 16 van het aanvullend gehoor van 17 oktober 2024.