Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:12828

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 mei 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
NL25.59252
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 62 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling terugkeerbesluit op grond van de Vreemdelingenwet 2000

Eiser, van Braziliaanse nationaliteit, is geconfronteerd met een terugkeerbesluit van de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 62 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, waarbij hij wordt verplicht terug te keren naar Brazilië.

Eiser betoogt dat het terugkeerbesluit onvoldoende is gemotiveerd en dat hij geen gelegenheid heeft gehad om zijn zienswijze te geven. De minister stelt daartegenover dat het besluit wel degelijk voldoende gemotiveerd is en dat eiser zijn zienswijze heeft kunnen geven voorafgaand aan het besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 6 mei 2026 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet zijn verschenen. De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft vastgesteld dat het terugkeerbesluit voldoende is gemotiveerd en dat eiser in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze te geven. De beroepsgronden slagen niet.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee het terugkeerbesluit. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.59252

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. N. Joseph).

Procesverloop

Bij besluit van 10 november 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister een terugkeerbesluit op grond van artikel 62 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Eiser moet terugkeren naar Brazilië.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 6 mei 2026 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering kort voorafgaand aan de zitting, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Braziliaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1994.
2. Eiser stelt dat het terugkeerbesluit ten onrechte is opgelegd. Het bestreden besluit is onvoldoende gemotiveerd. Ook heeft hij geen zienswijze kunnen geven.
3. In het verweerschrift heeft de minister het volgende overwogen. Het terugkeerbesluit is een vaststelling van het onrechtmatige verblijf van eiser, waarbij een terugkeerverplichting wordt opgelegd. Het terugkeerbesluit bevat de vaststelling van het illegaal verblijf, de terugkeerverplichting, de termijn voor vertrek en het land waarnaar de vreemdeling moet terugkeren. Het bestreden besluit is daarom voldoende gemotiveerd, zo stelt de minister. Ook heeft eiser zijn zienswijze kunnen geven bij het opleggen van het terugkeerbesluit. Uit het gehoor blijkt dat aan eiser zijn standpunt is gevraagd over het voornemen om hem een terugkeerbesluit op te leggen. Gelet op de verklaring van eiser is terecht geconstateerd dat er geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, zo stelt de minister.
4. Hetgeen de minister in het verweerschrift heeft gesteld heeft eiser, nu hij en zijn gemachtigde niet op zitting zijn verschenen, niet weersproken. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het terugkeerbesluit voldoende is gemotiveerd. Ook is niet gebleken dat eiser niet in de gelegenheid is gesteld een zienswijze in te dienen. De beroepsgronden slagen niet.
5. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat de minister het terugkeerbesluit terecht heeft opgelegd.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra - Foppen, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2026.

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.