3.1.Opgave van bewijsmiddelen
De rechtbank zal voor de feiten met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, volstaan. De verdachte heeft deze bewezen verklaarde feiten namelijk bekend en daarna niet anders verklaard. Daarnaast heeft de raadsman geen vrijspraak bepleit. De officier van justitie heeft met betrekking tot deze feiten eveneens gerekwireerd tot bewezenverklaring.
Ten aanzien van dagvaarding I:
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2026020552, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 34).
De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen:
1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 4 mei 2026;
2. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] namens Albert Heijn, opgemaakt op 19 januari 2026 (p. 13-14);
3. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] namens Albert Heijn, opgemaakt op 19 januari 2026 (p. 7-8);
4. Het geschrift, te weten een foto van een winkelontzegging van Albert Heijn, ondertekend door de verdachte en gedateerd op 18 januari 2026 (p. 9);
5. Het geschrift, te weten een foto van een winkelontzegging van Albert Heijn, ondertekend door de verdachte en gedateerd op 16 september 2025 (p. 10).
Ten aanzien van dagvaarding II:
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2026015638, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 51).
De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen:
1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 4 mei 2026;
2. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] namens Albert Heijn, opgemaakt op 18 januari 2026 (p. 34);
3. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] namens Albert Heijn, opgemaakt op 13 januari 2026 (p. 27-28);
4. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] namens Albert Heijn, opgemaakt op 14 januari 2026 (p. 19);
5. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] namens Albert Heijn, opgemaakt op 14 januari 2026 (p. 16).
6. Het geschrift, te weten een foto van een winkelontzegging van Albert Heijn, ondertekend door de verdachte en gedateerd op 16 september 2025 (p. 39).