ECLI:NL:RBDHA:2026:12859
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak na ongegrondverklaring beroep
Verzoeker heeft een herhaalde aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak op 13 april 2026. Op dezelfde dag werd het beroep ongegrond verklaard, waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening verviel.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door mr. J.J. Janssen en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard.