ECLI:NL:RBDHA:2026:12869

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 mei 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
NL26.26963
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen lp-aanvraag vanwege asielgerelateerde persoonsgegevens

Verzoeker, een Pakistaanse christen die asiel aanvraagt wegens een fatwa en beschuldiging van godslastering, verzoekt om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat de minister een lp-aanvraag indient bij de Pakistaanse autoriteiten. De minister heeft de asielaanvraag afgewezen en wil persoonsgegevens delen, maar betwist het gevaar voor verzoeker.

De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker een spoedeisend belang heeft omdat de lp-aanvraag gepland staat op 20 mei 2026. Gezien de asielgerelateerde strekking van de persoonsgegevens, waaronder de naam die het christelijke geloof verraadt, kan het delen van deze gegevens het non-refoulementbeginsel schenden.

De minister mag daarom geen lp-aanvraag indienen zolang het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag loopt. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoeker. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: De minister mag geen lp-aanvraag indienen zolang het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag loopt en moet proceskosten vergoeden.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.26963

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], [V-nummer], verzoeker

(gemachtigde: mr. T. Thissen),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

([gemachtigde]).

Procesverloop

1. Verweerder heeft met het besluit van 20 maart 2026 de asielaanvraag van verzoeker afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld (zaaknummer NL26.20219).
1.1.
Verzoeker heeft op 13 mei 2026 een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij zijn beroep om de aangekondigde lp-aanvraag te voorkomen.
1.2.
Verweerder heeft op 15 mei 2026 op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting, omdat spoed dit vereist en partijen daardoor niet in hun belangen worden geschaad. [1]

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Waar gaat deze zaak over?
2. Verzoeker heeft de Pakistaanse nationaliteit en heeft in Nederland een asielaanvraag ingediend in verband met zijn christelijke geloof. Hij heeft verklaard dat hij door godslastering en een uitgesproken fatwa gevaar loopt in Pakistan. Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen op 20 maart 2026. Verweerder gelooft dat verzoeker christen is, maar vindt het ongeloofwaardig dat verzoeker beschuldigd is van blasfemie. Het enkele feit dat verzoeker christen is, is volgens verweerder onvoldoende om aan verzoeker een asielvergunning te verlenen.
2.1.
Op 13 mei 2026 heeft verweerder aan verzoeker laten weten dat het voornemen bestaat om op 20 mei 2026 een lp-aanvraag te versturen aan de Pakistaanse autoriteiten in verband met de vertrekprocedure. Verzoeker heeft dit verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om het indienen van de lp-aanvraag te voorkomen.
Wat vinden verzoeker en verweerder?
3. Verzoeker betoogt dat verweerder moet afzien van het indienen van de lp-aanvraag, omdat aan zijn naam te zien is dat hij een christen is. Nu verzoekers geloof de kern vormt van zijn asielrelaas, is het doorgeven van persoonsgegevens in zijn geval dus niet toegestaan. Verzoeker wijst hierbij op het feit dat hij is beschuldigd van blasfemie, dat er een fatwa tegen hem is uitgesproken en dat op blasfemie de doodstraf staat in Pakistan.
3.1.
Verweerder stelt zich op het standpunt dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij gevaar zou lopen als gevolg van het indienen van de lp-aanvraag. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij een christelijke naam heeft en bovendien worden christenen niet stelselmatig vervolgd in Pakistan. Ook is de gestelde beschuldiging van godslastering ongeloofwaardig geacht. Verweerder wijst er tot slot op dat verzoeker pas zal worden gepresenteerd bij de Pakistaanse autoriteiten als er is beslist op zijn beroep en dat deze lp-aanvraag alleen maar een voorbereidingshandeling is.
Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter?
Spoedeisend belang
4. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Deze procedure kan alleen worden gevoerd als er een spoedeisend belang is, waardoor verzoeker niet kan wachten op een beslissing op zijn beroep. Voordat de zaak inhoudelijk kan worden behandeld, moet eerst worden beoordeeld of er sprake is van een spoedeisend belang bij het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening.
4.1.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker in dit geval een spoedeisend belang heeft bij de beoordeling van zijn verzoek, omdat de lp-aanvraag gepland staat voor 20 mei 2026.
De geplande lp-aanvraag
4.2.
De hoogste bestuursrechter heeft op 19 november 2025 geoordeeld dat verweerder tijdens een beroepsprocedure bepaalde persoonsgegevens mag verstrekken aan de autoriteiten van het vermoedelijke land van herkomst bij een lp-aanvraag. Daarbij moet verweerder wel de benodigde waarborgen in acht nemen. Om het beginsel van non-refoulement ten volle te kunnen waarborgen, moet een asielzoeker eventuele bezwaren tegen het indienen van een lp-aanvraag kenbaar kunnen maken bij verweerder. Persoonsgegevens, zoals de voor- en achternaam, de geboortedatum en de woonplaats, kunnen onder bepaalde omstandigheden namelijk op zichzelf al een asielgerelateerde of anderszins schadelijke strekking hebben. [2]
4.3.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker aan zijn asielaanvraag ten grondslag heeft gelegd dat hij christen is, dat er een fatwa is uitgesproken tegen hem en dat hij van godslastering wordt beschuldigd. In tegenstelling tot wat verweerder in het verweerschrift heeft aangevoerd, heeft verzoeker verder onderbouwd dat uit zijn naam al valt op te maken dat hij een christen is. De naam van verzoeker staat dus in direct verband met de gestelde problemen vanwege zijn geloof. Gelet op de combinatie van deze omstandigheden, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de persoonsgegevens die verweerder wil delen bij de lp-aanvraag in dit specifieke geval op zichzelf al een asielgerelateerde strekking hebben. Er kan daarom niet op voorhand worden uitgesloten dat het indienen van de lp-aanvraag in strijd is met het beginsel van non-refoulement. Het feit dat verweerder de gestelde beschuldiging van blasfemie ongeloofwaardig heeft geacht, is onvoldoende voor een ander oordeel. De voorzieningenrechter zal daarom de voorlopige voorziening treffen dat verweerder geen lp-aanvraag voor verzoeker mag indienen bij de Pakistaanse autoriteiten zolang het beroep tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag loopt.
4.4.
De voorzieningenrechter bepaalt dat verzoeker een vergoeding krijgt van zijn proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 934,00.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- treft de voorlopige voorziening dat verweerder geen lp-aanvraag voor verzoeker mag indienen bij de Pakistaanse autoriteiten zolang het beroep loopt;
-
veroordeelt verweerder tot betaling van een bedrag van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.F.A. Bleichrodt, griffier.
De beslissing is op 18 mei 2026 telefonisch medegedeeld aan partijen. De uitspraak is verzonden op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Zie artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrechter (Awb).
2.Zie voor het voorgaande de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5548.