ECLI:NL:RBDHA:2026:12872
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag verblijfsvergunning asiel Syrië met moratorium
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd ontvangen op 7 juli 2024. De minister heeft op 9 augustus 2024 een verzoek tot terugname aan Oostenrijk gedaan, dat op 13 augustus 2024 werd geaccepteerd. Hierdoor kwam de verantwoordelijkheid bij Nederland te liggen vanaf 14 februari 2025, waarna een beslistermijn van zes maanden gold.
Vanwege een besluitmoratorium voor Syrië, dat liep van 14 december 2024 tot 13 juni 2025, werd de beslistermijn verlengd met één jaar tot maximaal 21 maanden. Dit betekent dat de minister uiterlijk op 7 april 2026 moest beslissen. Eiser stelde de minister op 19 januari 2026 in gebreke, maar dit was te vroeg omdat de beslistermijn nog niet was verstreken.
De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en de rechtbank gaat niet in op de vraag of een bestuurlijke dwangsom is verbeurd. Het beroep wordt afgewezen op formele gronden.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend binnen de verlengde beslistermijn.