ECLI:NL:RBDHA:2026:12885
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag verblijfsvergunning asiel Syrië moratorium
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd op 23 augustus 2024 ontvangen. De minister moest binnen zes maanden beslissen, maar vanwege het besluitmoratorium voor Syrië, dat gold van 14 december 2024 tot 13 juni 2025, werd de beslistermijn verlengd met één jaar tot maximaal 21 maanden.
Eiser stelde de minister op 11 januari 2026 schriftelijk in gebreke om alsnog binnen twee weken te beslissen. De rechtbank oordeelt dat deze ingebrekestelling te vroeg was, omdat de verlengde beslistermijn pas op 23 februari 2026 zou aflopen. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en komt niet toe aan de vraag of een bestuurlijke dwangsom is verbeurd. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en de zaak wordt gesloten zonder inhoudelijke beoordeling van de aanvraag.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege te vroege ingebrekestelling binnen de verlengde beslistermijn.