ECLI:NL:RBDHA:2026:12961
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wraking rechter toegewezen wegens schijn van partijdigheid door onvolledige telefonische communicatie
In deze zaak heeft de wrakingskamer van de rechtbank Den Haag op 7 mei 2026 het wrakingsverzoek van verzoeker toegewezen tegen mr. C. van Hees, rechter in de hoofdzaak. De hoofdzaak betrof een verzoek van de moeder om vervangende toestemming voor een reis met hun minderjarige dochter. Verzoeker had zijn toestemming al verleend, waarna de moeder haar verzoek introk, maar de proceskostenveroordeling bleef onderwerp van discussie.
Verzoeker stelde dat de rechter niet onpartijdig was, onder meer omdat hij verzoeker onverwacht telefonisch betrok tijdens de zitting, maar hem niet informeerde over wat er al besproken was met de andere partij. Na het verbreken van de verbinding werd de zitting voortgezet zonder verzoeker, die daardoor niet kon reageren op de inhoudelijke besprekingen. Ook werden persoonlijke omstandigheden besproken met de moeder zonder dat verzoeker daarvan op de hoogte was.
De wrakingskamer oordeelde dat hierdoor de objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid bij verzoeker kon ontstaan. De rechter had de mogelijkheid ontnomen om zijn standpunt volledig kenbaar te maken, waardoor niet aan beide partijen gelijke kansen waren geboden. De wrakingskamer besloot het wrakingsverzoek toe te wijzen, het onderzoek in de hoofdzaak te schorsen en toe te wijzen aan een andere rechter.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt toegewezen en het onderzoek wordt geschorst totdat een andere rechter de zaak hervat.