ECLI:NL:RBDHA:2026:130
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van haar aanvraag op grond van de Dublinverordening. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting en verklaart het ongegrond.
De minister heeft een verzoek tot terugname van de asielaanvraag bij Duitsland ingediend, dat op 8 augustus 2025 is aanvaard. De rechtbank gaat uit van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, dat inhoudt dat Nederland erop mag vertrouwen dat Duitsland zijn internationale verplichtingen nakomt. Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van systematische tekortkomingen in Duitsland die een uitzondering op dit vertrouwensbeginsel rechtvaardigen.
Eiseres vreesde dat haar asielaanvraag in Duitsland niet zorgvuldig zou worden behandeld en dat er risico op refoulement zou zijn, maar deze vrees is niet onderbouwd. Ook is niet gebleken dat het indienen van klachten in Duitsland zinloos zou zijn. De rechtbank oordeelt dat de minister terecht de aanvraag niet in behandeling heeft genomen en dat overdracht aan Duitsland kan plaatsvinden. Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Duitsland blijft mogelijk.