Partijen zijn gehuwd in 2017 onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap van goederen. Verzoekster verzoekt echtscheiding en afwikkeling van de huwelijksgemeenschap, met name de verdeling van de inboedel in de gezamenlijke woning. Belanghebbende verzet zich tegen de afwikkeling en vordert onder meer toedeling van de inboedel aan haar en vergoeding van een aanbetaling voor een woning in Spanje.
De rechtbank stelt vast dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en wijst het verzoek tot echtscheiding toe. De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht en past Nederlands recht toe op het huwelijksvermogensstelsel. De huwelijkse voorwaarden bepalen dat er geen gemeenschap van goederen is en dat roerende zaken en rechten aan toonder die niet bewezen kunnen worden, als gemeenschappelijk worden beschouwd.
De rechtbank oordeelt dat de inboedel gezamenlijk eigendom is, omdat belanghebbende niet heeft bewezen dat zij de inboedel heeft aangeschaft. Partijen mogen om en om de inboedelgoederen kiezen, met verzoekster als eerste. De twee schilderijen vallen niet onder de inboedel en komen toe aan belanghebbende. De vorderingen van belanghebbende tot vergoeding van de keukenverbouwing en aanbetaling voor een woning in Spanje worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs.
De echtscheiding wordt uitgesproken en de verdeling van de inboedel vastgesteld zoals hierboven beschreven, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.