Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:13110

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 mei 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
NL26.19682 NL26.19686 NL26.19688
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak Dublin Frankrijk

De minister van Asiel en Migratie heeft op 8 april 2026 besloten de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van deze aanvragen op grond van de Dublin-verordening.

Verzoekers hebben tegen deze besluiten beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken op 12 mei 2026 behandeld, waarbij verzoekers en hun gemachtigde aanwezig waren, evenals de gemachtigde van de minister en een tolk.

De voorzieningenrechter overweegt dat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak betreffende de beroepen, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden wijst de voorzieningenrechter de verzoeken om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar en er is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan over de beroepen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: NL26.19682, NL26.19686 en NL26.19688

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[verzoeker] , [verzoekster] en [minderjarige], V-nummers: [V-nummer] , [V-nummer] en [V-nummer] , verzoekers
(gemachtigde: mr. D.J. Keiman),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. J. Wieman).

Procesverloop

Bij besluiten van 8 april 2026 (de bestreden besluiten) heeft de minister de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, tezamen met de zaken NL26.19681, NL26.19685 en NL26.19687, op 12 mei 2026 op zitting behandeld. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen W. Zhang. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL26.19681, NL26.19685 en NL26.19687, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van S.N. Lekatompessij, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
21 mei 2026

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.