ECLI:NL:RBDHA:2026:13110
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak Dublin Frankrijk
De minister van Asiel en Migratie heeft op 8 april 2026 besloten de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van deze aanvragen op grond van de Dublin-verordening.
Verzoekers hebben tegen deze besluiten beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken op 12 mei 2026 behandeld, waarbij verzoekers en hun gemachtigde aanwezig waren, evenals de gemachtigde van de minister en een tolk.
De voorzieningenrechter overweegt dat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak betreffende de beroepen, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden wijst de voorzieningenrechter de verzoeken om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan over de beroepen.