Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van 8 april 2026 waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling heeft genomen. Dit omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van het Dublinverdrag.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en tegelijkertijd een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting behandeld op basis van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De voorzieningenrechter overweegt dat nu de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL26.20173), een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan op 20 mei 2026 door de voorzieningenrechter J.F.I. Sinack en is zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de asielaanvraag niet in behandeling wordt genomen vanwege de verantwoordelijkheid van Kroatië.