Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:13165

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 mei 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
NL26.7800
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 KwalificatierichtlijnBesluit proceskosten bestuursrechtRichtlijn 2011/95/EU
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens onvoldoende onderbouwing laagste niveau willekeurig geweld in Syrië

Eiser, afkomstig uit Syrië, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel die door de minister van Asiel en Migratie op 5 februari 2026 werd afgewezen. De minister stelde dat in heel Syrië sprake is van een relatief laag niveau van willekeurig geweld, waardoor geen reëel risico op ernstige schade bestaat.

De rechtbank oordeelt echter dat de minister deze stelling onvoldoende heeft gemotiveerd en verwijst naar eerdere uitspraken waarin het tegendeel werd vastgesteld. De minister heeft tijdens de zitting wel gewezen op de situatie in een specifieke plaats, maar heeft dit niet nader onderbouwd. Het Algemeen Ambtsbericht Syrië van januari 2026 bevestigt het aanhoudende geweld en gebrek aan stabiliteit.

Daarnaast heeft de minister onvoldoende rekening gehouden met humanitaire omstandigheden. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister tot betaling van proceskosten aan eiser.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van het laagste niveau van willekeurig geweld in Syrië.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.7800
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 mei 2026 in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. F.J.E. Hogewind),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. M.A.M. Janssen).

Procesverloop

Bij besluit van 5 februari 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 1 mei 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen R. Najjar. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak op de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt de minister een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.868,00.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Eiser is afkomstig uit Syrië. De minister heeft in zijn beleid [1] en ook in het bestreden besluit opgenomen dat bij terugkeer naar Syrië geen reëel risico bestaat op ernstige schade omdat in heel Syrië sprake is van een lager niveau van willekeurig geweld. Er is dan geen reëel risico op het lijden van ernstige schade als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn. [2] Bij dit artikel gaat het erom of eiser bij terugkeer naar Syrië vanwege willekeurig geweld gevaar loopt voor zijn leven of persoon. De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat in heel Syrië sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld. De rechtbank verwijst hiervoor naar haar uitspraken van 11 december 2025 (zittingsplaats Haarlem) en 23 maart 2026 (zittingsplaats Rotterdam). [3]
3. De toelichting van de minister in deze procedure en de informatie waarnaar hij heeft verwezen leiden niet tot een ander oordeel. De minister heeft tijdens de zitting nog aangevoerd dat in ieder geval gekeken kan worden naar de situatie in [plaats] . De minister heeft wel gesteld maar niet nader onderbouwd dat daar sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld. Daarnaast volgt uit het Algemeen Ambtsbericht Syrië januari 2026 dat nog altijd sprake is van een groot gebrek aan stabiliteit en van aanhoudende geweldsincidenten, waaronder geweld tegen burgers. [4] Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de minister onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van het laagste niveau van willekeurig geweld. Daarnaast heeft de minister ten onrechte de humanitaire omstandigheden onvoldoende betrokken in de besluitvorming. Hiervoor verwijst de rechtbank naar de eerder genoemde uitspraken.
4. De beroepsgrond over artikel 15 onder Pro c van de Kwalificatierichtlijn slaagt. Wat eiser verder heeft aangevoerd, behoeft geen bespreking meer. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De minister zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak.
5. De rechtbank veroordeelt de minister in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).
6. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 1 mei 2026 door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van mr. N.B. Tool, griffier.
De rechter is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen.
griffier rechter
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: 1 mei 2026

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Voetnoten

1.C7/33.4.2 Vreemdelingencirculaire.
2.Richtlijn 2011/95/EU.
4.Algemeen ambtsbericht Syrië januari 2026, p. 27 e.v.