4.4.De man vordert - samengevat - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
de woning (met de daarbij behorende hypotheek) toe te delen aan de man, onder de voorwaarde dat de bank de vrouw ontslaat uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid, en de vrouw te veroordelen tot medewerking aan taxatie en overdracht van de woning, met bepaling dat, als de vrouw haar medewerking weigert, aan de man vervangende toestemming wordt verleend en hij wordt benoemd als dwangvertegenwoordiger van de vrouw;
voor het geval toedeling van de woning aan de man niet mogelijk blijkt: te bepalen dat de woning wordt verkocht aan een derde, onder begeleiding van een door partijen gezamenlijk te benoemen (althans een door de rechtbank aan te wijzen) makelaar;
te bepalen dat, alvorens tot verdeling van de overwaarde van de woning wordt overgegaan, het door de man in de woning geïnvesteerde bedrag van € 19.236,14 eerst in mindering dient te worden gebracht op de (daarna gezamenlijk te delen) overwaarde, dan wel de vrouw te veroordelen tot voldoening aan de man van de helft van dit bedrag (oftewel € 9.618,07);
e vrouw te veroordelen om aan de man te voldoen:
- een bedrag van € 13.266,60 ter zake van (de helft van) de door de man betaalde hypotheeklasten over de periode dat partijen in de woning hebben samengewoond;
- een bedrag van € 9.286,62 ter zake van (de helft van) de door de man betaalde hypotheeklasten over de periode na het feitelijk uiteengaan van partijen tot en met september 2025;
de vrouw te veroordelen om aan de man te voldoen:
- een bedrag van € 1.000 ter zake van (de helft van) de door de man betaalde VvE-bijdragen over de periode dat partijen hebben samengewoond in de woning;
- een bedrag van € 700 ter zake van (de helft van) de door de man betaalde VvE-bijdragen over de periode na het feitelijk uiteengaan van partijen tot en met september 2025;
de vrouw te veroordelen om aan de man te voldoen de helft van de door de man sinds de aankoop van de woning tot aan haar vertrek uit de woning betaalde kosten voor nutsvoorzieningen ten bedrage van € 2.355,40;
de vrouw te veroordelen om aan de man te voldoen de helft van de door de man betaalde gemeentelijke belastingen over het jaar 2025 ten bedrage van € 485,34;
te bepalen dat de vrouw gehouden is om, (de rechtbank begrijpt: vanaf oktober 2025) totdat de woning is toegedeeld aan de man dan wel is verkocht en geleverd aan een derde, maandelijks de helft van de aflossing op de hypotheek en de VvE-bijdrage te voldoen, te vermeerderen met wettelijke rente;
de vrouw te veroordelen tot afgifte van de fotocamera aan de man dan wel tot betaling aan de man van € 2.068, te vermeerderen met wettelijke rente;
de vrouw te veroordelen in de proceskosten.