Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], V-nummer: [V-nummer], eiseres,
de minister van Asiel en Migratie,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [1]
7.1. In aanvulling daarop herhaalt de rechtbank dat eiseres en haar echtgenoot de situatie waarin zij zich thans bevinden zelf hebben gecreëerd. Eiseres en haar echtgenoot zijn in het verleden vanuit Zwitserland samen naar Nederland gekomen en hebben zich samen gemeld. Eiseres en haar echtgenoot zijn daarna met onbekende bestemming vertrokken waardoor de uiterste overdrachtsdatum door de minister is verlengd. Eiseres is vervolgens in het vizier gekomen van de minister en uitgezet naar Zwitserland. De echtgenoot van eiseres heeft zich in de tussentijd niet gemeld.
Eiseres heeft in Zwitserland een asielprocedure doorlopen, waarin haar asielverzoek uiteindelijk is afgewezen, voordat zij weer naar Nederland kwam. Vervolgens hebben eiseres en haar echtgenoot zich samen gemeld voor het indienen van een asielaanvraag in Nederland. De uiterste overdrachtstermijn van de echtgenoot van eiseres aan Zwitserland was inmiddels verlopen, zodat hij moest worden opgenomen in de nationale procedure. Voor eiseres was dat niet het geval. Omdat zij tijdig is overgedragen aan Zwitserland en een asielprocedure daar heeft doorlopen, is Zwitserland daarom volgens artikel 18, eerste lid en onder d, van de Dublinverordening verantwoordelijk voor de behandeling van de asielaanvraag van eiseres. Zwitserland heeft ingestemd met het verzoek van Nederland om eiseres terug te nemen. Daarmee staat de verantwoordelijkheid vast en mag eiseres worden overgedragen aan Zwitserland.
De vraag of de minister eiseres desondanks (onverplicht) zou moeten toelaten in de nationale asielprocedure tezamen met haar echtgenoot, beantwoordt de rechtbank ontkennend. Dat eiseres weer moet terugkeren naar Zwitserland en aldaar het indienen van een (nieuwe) asielaanvraag zonder ondersteuning van haar echtgenoot zal moeten doen omdat hij in de Nederlandse asielprocedure is opgenomen, is dan ook het gevolg van de door eiseres en haar echtgenoot in het verleden zelf gemaakte keuzes. De rechtbank begrijpt dat dat voor eiseres niet wenselijk is, ook omdat zij stelt dat haar relaas afhankelijk is van het relaas van haar echtgenoot, maar dat maakt echter niet dat de minister het asielverzoek aan zich zou moeten trekken. Niet op grond van artikel 8 van Pro het EVRM en ook niet op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. De minister heeft terecht overwogen dat van onevenredige hardheid bij overdracht van eiseres in dit geval geen sprake is. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.
Artikel 10 en Pro 11 van de Dublinverordening
(Indirect) refoulement
Omdat niet in geschil is dat ten aanzien van Zwitserland van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan kan eiseres hierop geen beroep doen. [3] Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.