Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:13186

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
NL26.12460
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-zaak over leeftijdscontrole en vertrouwensbeginsel Spanje

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Spanje volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening samen met een soortgelijke zaak op 19 mei 2026. Verzoeker en zijn gemachtigde waren niet aanwezig, de minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

De voorzieningenrechter oordeelde dat nu in de hoofdzaak uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer nodig is en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat in de hoofdzaak reeds uitspraak is gedaan.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.12460

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], V-nummer: [V-nummer], verzoeker,

(gemachtigde: mr. M.R. Verdoner),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. C.R. Stoute).

Procesverloop

Bij besluit van 4 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL26.12459, op 19 mei 2026 op zitting behandeld. Verzoeker en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.12459, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W.M. Bunt, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van F.E. Siblesz, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.