ECLI:NL:RBDHA:2026:13211
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens vertrek met onbekende bestemming in vreemdelingenzaak
Eiser, van Ethiopische nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie van 9 januari 2026. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld omdat het kennelijk niet-ontvankelijk was op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
De minister heeft de rechtbank geïnformeerd dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van eiser kon geen contact meer krijgen en eiser verscheen niet op een afspraak. Daarom heeft de gemachtigde verzocht de zaak schriftelijk af te doen.
De rechtbank oordeelt dat door het vertrek van eiser en het ontbreken van contact geen procesbelang meer bestaat. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. De uitspraak is gedaan door rechter F. Sijens en griffier M.S.G. van der Werf en is openbaar gemaakt op 22 mei 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang door vertrek met onbekende bestemming.