ECLI:NL:RBDHA:2026:13236
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-beroep tegen niet-behandeling asielaanvraag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Slovenië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublin-verordening. Verzoeker vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 19 mei 2026. Gezien de uitspraak in de bodemzaak (zaaknummer NL26.19878) achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af.
Daarnaast veroordeelde de voorzieningenrechter de minister tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 934,00, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door mr. J.W.M. Bunt en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.