Naar het oordeel van de rechtbank stelt de minister zich niet ten onrechte op het standpunt dat eiser in het nader gehoor niet duidelijk heeft kunnen verklaren waarom Al-Shabaab in hem geïnteresseerd was en wat deze groepering van hem wilde. Daarbij heeft de minister mogen betrekken dat eiser meerdere malen tijdens het nader gehoor in de gelegenheid is gesteld om duidelijk en concreet te verklaren wat Al-Shabaab van eiser wilde en wat de inhoud van de telefoongesprekken met Al-Shabaab was. Eiser heeft tijdens het nader gehoor verklaard dat hij driemaal telefonisch door Al-Shabaab is benaderd. Over de eerste keer heeft eiser verklaard dat hij gebeld werd over het betalen van een som geld.Over de tweede keer heeft eiser verklaard dat Al-Shabaab heeft gezegd dat eiser voor hen moest werken en dat hij opgehaald zou worden.Over de derde keer heeft eiser verklaard dat Al-Shabaab heeft gezegd dat hij geluk heeft gehad dat hij kon ontsnappen en dat ze hem zouden pakken.
Er is herhaaldelijk doorgevraagd over waarom eiser specifiek zo interessant zou zijn voor Al-Shabaab en wat voor vaardigheden of kennis eiser heeft dat maakt dat Al-Shabaab in hem geïnteresseerd zou zijn. De minister stelt zich in dat verband niet ten onrechte op het standpunt dat eiser summier en weinig gedetailleerd heeft verklaard.Zo heeft eiser tijdens het nader gehoor verklaard dat Al-Shabaab met hem wilde samenwerken in de gemeente, omdat hij kennis heeft van de gemeente en omdat hij veel jongeren kent.Maar eiser kan vervolgens niet duidelijk verklaren waarom dat nou maakt dat Al-Shabaab in hem geïnteresseerd zou zijn.
In de correcties en aanvullingen op het nader gehoor heeft eiser wel (meer) verklaard over wat Al-Shabaab van hem wilde. Hij heeft daarin het volgende geschreven:
“Al Shabaab zei dat ik infiltrant zou worden om informatie te krijgen van
mensen in de regering zoals adressen, telefoonnummers etc. Ook wilden zij dat ik jongeren
zou rekruteren/adviseren om naar Al Shabaab te gaan. Ze vonden het ook handig dat ik
toegang tot regeringsgebouwen heb om bommen te plaatsen etc.”
Uit deze verklaring blijkt dat Al-Shabaab van eiser verlangde dat hij als infiltrant zou opereren om informatie te verzamelen over politieke figuren, zoals adressen en telefoonnummers, dat hij jongeren zou rekruteren en dat hij vanwege zijn toegang tot regeringsgebouwen bommen zou kunnen plaatsen. Daarover stelt de minister zich terecht op het standpunt dat eiser tijdens het nader gehoor deze redenen niet heeft genoemd en dat deze informatie niet maakt dat eiser wel voldoende heeft verklaard over waarom hij door Al-Shabaab werd benaderd. De minister stelt zich terecht op het standpunt dat van eiser verwacht mag worden dat hij de genoemde redenen in de correcties en aanvullingen op het nader gehoor, eerder en duidelijker naar voren had gebracht. Daarvoor heeft hij, zoals hiervoor is overwogen, voldoende de gelegenheid gehad.
Daarnaast is de rechtbank het met de minister eens dat niet gevolgd wordt dat Al-Shabaab eiser wilde gebruiken vanwege zijn werk bij de overheid, aangezien hij dit werk niet meer deed. Immers, gelet op wat onder 6.2 is overwogen, wordt eiser niet gevolgd in de verklaring dat hij tot eind 2022 heeft gewerkt. De minister stelt zich in dit verband niet ten onrechte op het standpunt dat onduidelijk blijft hoe eiser, zonder de toegang tot overheidsinformatie, toch volgens Al-Shabaab over de gewenste informatie zou kunnen beschikken. Daarnaast stelt de minister zich niet ten onrechte op het standpunt dat van eiser verwacht mag worden dat hij de genoemde redenen in de correcties en aanvullingen op het nader gehoor, eerder en duidelijker naar voren had gebracht.
Daarnaast is de rechtbank het met de minister eens dat de genoemde redenen in de correcties en aanvullingen meer zijn dan alleen een correctie en/of aanvulling, omdat eiser met geheel nieuwe redenen komt.