Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd ontvangen op 19 juni 2024, waarna de minister de uiterste beslistermijn van 21 maanden overschreed. Eiseres stelde de minister op 24 maart 2026 schriftelijk in gebreke en diende daarna beroep in, wat ontvankelijk en gegrond werd verklaard.
De rechtbank oordeelt dat de minister binnen acht weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Deze termijn is gesteld met het oog op het belang van zowel snelle als zorgvuldige besluitvorming, mede omdat eiseres nog niet is gehoord over haar asielmotieven. Daarnaast is een dwangsom van € 100 per dag opgelegd, met een maximum van € 15.000, om naleving van de termijn af te dwingen.
Verder wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 467, vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp en het beperkte onderwerp van het geschil. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar bekendgemaakt op 20 mei 2026.