ECLI:NL:RBDHA:2026:13678
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf wegens ontbreken familieleven
Eiseres, een Syrische vrouw, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf om bij haar zoon in Nederland te verblijven. De minister wees de aanvraag af omdat niet was gebleken dat er sprake was van familieleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro, aangezien er geen bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen eiseres en haar zoon bestonden.
Eiseres voerde aan dat zij financieel en zorgafhankelijk is van haar zoon en dat haar gezondheidssituatie ernstig is verslechterd. Zij stelde dat de emotionele band en de zorgbehoefte een exclusieve afhankelijkheid vormden, mede vanwege de situatie in Syrië en culturele zorgverplichtingen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder alle relevante omstandigheden had betrokken en dat de financiële en emotionele afhankelijkheid niet zodanig was dat er sprake was van familieleven met bijkomende elementen van afhankelijkheid. De zorg kan op afstand worden voortgezet en er is geen bewijs dat andere familieleden of buren niet kunnen zorgen. De slechte situatie in Syrië en de culturele context leiden niet tot een andere conclusie.
Daarom blijft het besluit tot afwijzing van de aanvraag in stand en is het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard omdat geen sprake is van familieleven met bijkomende afhankelijkheid.