Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:13720

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
27 mei 2026
Zaaknummer
688082
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 lid 2 sub c UMVoArt. 2.20 lid 2 sub c BVIEArt. 2.20 lid 2 sub d BVIEArt. 2.23 lid 1 sub b BVIEArt. 14 lid 1 sub b UMVo
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Inbreuk op LEGO-merken door gebruik term 'legoblokken' voor betonnen bouwblokken

De LEGO Groep, houder van bekende LEGO-merken, vordert dat [partij B] stopt met het gebruik van de tekens 'Lego', 'Legoblokken van beton' en 'betonnen legoblokken' op haar website, omdat dit merkinbreuk oplevert. [partij B] betwist dit en stelt dat het gebruik beschrijvend is en onder de uitzondering van eerlijk gebruik valt.

De rechtbank oordeelt dat de LEGO-merken geldig zijn en dat [partij B] ongerechtvaardigd voordeel trekt uit de reputatie van de LEGO-merken door het gebruik van de tekens, wat neerkomt op merkinbreuk. Het verweer dat het gebruik beschrijvend is, wordt verworpen vanwege het overvloedige en niet-eerlijke gebruik op de website.

Hoewel [partij B] het gebruik inmiddels heeft gestaakt, wordt een verbod met dwangsommen opgelegd. De rechtbank wijst de vordering tot winstafdracht af wegens gebrek aan kwade trouw, maar veroordeelt [partij B] tot schadevergoeding, nader op te maken bij staat. De gevorderde opgave van winstgegevens wordt afgewezen. De proceskosten worden grotendeels toegewezen aan de LEGO Groep.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt [partij B] tot staking van merkinbreuk op de LEGO-merken, schadevergoeding en betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team Handel
zaak- / rolnummer: C/09/688082 / HA ZA 25-600
Vonnis van 27 mei 2026
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
LEGO HOLDING A/Ste Billund, Denemarken,
eiseres in conventie, verweerster in reconventie,
hierna te noemen: LEGO Groep,
advocaat: mr. L.R. Bekke,
tegen
[partij B] B.V.te [vestigingsplaats],
gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
hierna te noemen: [partij B],
advocaat: mr. A.A. Boot.

1.De procedure

1.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- de dagvaarding van 28 mei 2025 met de producties EP01 tot en met EP10;
- de conclusie van antwoord tevens van eis in reconventie van 20 augustus 2025 met de producties GP01 tot en met GP11;
- de conclusie van antwoord in reconventie van de LEGO Groep van 12 november 2025 met de producties EP11 tot en met EP13;
- de op 27 februari 2026 door [partij B] overgelegde akte overlegging aanvullende producties GP09 tot en met GP12, welke zullen worden aangemerkt als GP12 tot en met GP15;
- de op 6 maart 2026 door de LEGO Groep overgelegde akte overlegging nadere producties EP14 tot en met EP16;
- de op 13 maart 2026 door [partij B] overgelegde akte wijziging vorderingen;
- de op 13 maart 2026 door de LEGO Groep overgelegde akte nadere productie EP17;
- de door beide partijen overgelegde spreekaantekeningen.
1.2.
Op 16 maart 2026 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden.
1.3.
Ter zitting heeft de LEGO Groep bezwaar gemaakt tegen overlegging van de kostenstaat door [partij B], nu dit te laat is gebeurd. De kostenstaat wordt toegelaten, de LEGO Groep is hierdoor, zo blijkt uit het navolgende oordeel, niet in haar verdediging geschaad.

2.De feiten

2.1.
De LEGO Groep ontwikkelt, produceert en verkoopt sinds 1932 speelgoed, in het bijzonder de bekende LEGO-bouwstenen.
2.2.
De LEGO Groep is rechthebbende op onder meer de volgende merkregistraties (hierna: de LEGO-merken):
  • het Uniewoordmerk LEGO van 1 april 1996, met registratienummer 39800, dat onder andere is geregistreerd voor waren in klasse 28 (voor ‘
  • de internationale merkregistratie met gelding in de Benelux voor het woordmerk LEGO van 27 augustus 1964, met registratienummer 287932, dat is geregistreerd voor waren in klasse 28 (voor speelgoed en spellen, met name bouw- en constructiespeelgoed), hierna te noemen: het Benelux-woordmerk.
2.3.
[partij B] vervaardigt en verhandelt betonnen producten, waaronder betonplaten, stapelblokken, bloembakken en keerelementen. Dit doet zij onder meer via de website onder de domeinnaam [website] (hierna: de Website). Een voorbeeld van een dergelijke betonblok wordt hieronder weergegeven.
2.4.
[partij B] heeft op de Website gebruik gemaakt van de tekens ‘Lego’, ‘Legoblokken van beton’ en ‘betonnen legoblokken’ (hierna: de Tekens), zoals hieronder ter illustratie is weergegeven (gele arcering door de LEGO Groep toegevoegd):
2.5.
Bij brief van 21 februari 2025 heeft de LEGO Groep [partij B] gesommeerd de inbreuk op de LEGO-merken te staken. Bij e-mail van 24 februari 2025 heeft [partij B] aan de LEGO Groep onder meer geschreven:
“Schrik hier enorm van en heb deze niet aan zien komen.
Ben mij eigenlijk van geen kwaad bewust en wist niet dat dit niet mocht.
Ben een eenmansbedrijfje en ben net iets meer dan 5 jaar bezig met mijn handel in bestratingsmaterialen en aanverwante producten.
Heb zelf destijds ook rondgekeken wat mijn concurrenten doen en hoe zij het noemden. Mede aan de hand daarvan heb ik de term “Lego” ook gebruikt voor de betonnen stapelblokken die ook in mijn assortiment zitten.
Nu ik weet dat dit niet mag zal ik ook deze benaming van mijn site halen (ben al bezig geweest ondertussen en het meeste is al verwijderd)
Echter waarom heb ik niet eerst een waarschuwing gekregen dat dit niet mag? Ik heb in goedertrouw gehandeld en als ik dit had geweten had ik het ook nooit zo gedaan.”
Vervolgens heeft de advocaat van [partij B] bij brief van 4 april 2025 inhoudelijk gereageerd op de sommatie en de inbreuk betwist. Zij schreef onder meer:
“Onze cliënten zijn niet bereid de gevraagde vergoeding te betalen of de onthoudingsverklaring te ondertekenen, nu van merkinbreuk op geen enkele manier sprake is. (…)
Afwezigheid van verwarringsgevaar - Langdurige vreedzame co-existentie
De term “betonnen legoblokken” is al meer dan 45 jaar een gangbare en inmiddels universele gebruikelijke aanduiding in de betonindustrie en bouwsector. Het woord 'legoblok' in de bouwsector en het LEGO woordmerk bestaan al decennia vreedzaam naast elkaar zonder enig verwarringsgevaar. (…) De verwijzing naar betonnen legoblokken duidt op de stapelbare en modulaire eigenschap van het product. Het betreft een functionele verwijzing die geen merkenrechtelijke releva[n]tie heeft.
Lego heeft tot nu toe ook niet juridisch opgetreden tegen dit gebruik.”
2.6.
Ten tijde van de mondelinge behandeling had [partij B] het gebruik van de LEGO-merken gestaakt.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
De LEGO Groep vordert – zakelijk weergegeven – dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. [partij B] veroordeelt met onmiddellijke ingang iedere inbreuk op de LEGO-merken te staken en gestaakt te houden op verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- voor iedere keer of iedere dag of een gedeelte daarvan dat hiermee (gedeeltelijk) in strijd wordt gehandeld;
II. voor recht verklaart dat [partij B] inbreuk heeft gemaakt op de LEGO-merken;
III. [partij B] veroordeelt om binnen twee weken na betekening van dit vonnis aan de advocaten van de LEGO Groep schriftelijk opgave te doen van alle informatie die [partij B] bekend is omtrent de inbreuk, zoals de daarmee gemaakte netto winst en de exacte wijze waarop deze is berekend, welke opgave moet zijn vergezeld van documentatie waaruit de juistheid en volledigheid van die gegevens blijkt;
IV. [partij B] veroordeelt tot betaling van, dit ter keuze van de LEGO Groep
(i) vergoeding aan de LEGO Groep van de ten gevolge van de inbreuk op de LEGO-merken geleden en nog te lijden schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet (waarop in mindering strekt de winstafdracht); en
(ii) het afdragen aan de LEGO Groep van de genoten winst en nog te genieten winst ten gevolge van de inbreuk op de LEGO-merken;
V. [partij B] veroordeelt in de proceskosten op de voet van artikel 1019h Rv [1] ;
VI. [partij B] veroordeelt tot betaling van de wettelijke rente over de bedragen genoemd in het petitum, indien en voor zover er niet binnen twee dagen na betekening of kennisgeving van het vonnis is voldaan.
3.2.
De LEGO Groep legt daaraan – samengevat – het volgende ten grondslag. [partij B] maakt inbreuk op de LEGO-merken in de zin van artikel 9 lid 2 sub c UMVo Pro [2] en artikel 2.20 lid 2 sub c BVIE [3] . De LEGO-merken zijn bekende merken, waarop [partij B] inbreuk maakt door de met de LEGO-merken overeenstemmende Tekens zonder toestemming van de LEGO Groep in het economisch verkeer op haar Website te gebruiken. Daarmee wordt ongerechtvaardigd voordeel getrokken uit de reputatie en bekendheid van de LEGO-merken, dan wel wordt afbreuk gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van de LEGO-merken.
Voor zover geen sprake is van gebruik van de Tekens voor waren of diensten, maakt [partij B] met dat gebruik inbreuk op de LEGO-merken in de zin van artikel 2.20 lid 2 sub d BVIE, nu zij daarvoor geen geldige reden heeft.
3.3.
[partij B] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de LEGO Groep, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van de LEGO Groep, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de LEGO Groep in de kosten van deze procedure op grond van artikel 1019h Rv, te vermeerderen met de wettelijke rente.
in reconventie
3.4.
[partij B] vordert – zakelijk weergegeven en na wijziging van eis – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. verklaart voor recht dat [partij B] geen inbreuk heeft gemaakt op de LEGO-merken;
II. verklaart voor recht dat het gebruik van de term ‘legoblokken’ door [partij B] valt onder beschrijvend gebruik in de zin van artikel 2.23 lid 1 sub b BVIE en artikel 14 lid 1 sub b UMVo Pro en in overeenstemming is met de eerlijke gebruiken in nijverheid en handel;
III. verklaart voor recht dat de term ‘legoblokken’ een voor de hand liggende beschrijvende aanduiding vormt voor stapelbare modulaire betonblokken in de bouwsector in de zin van artikel 2.23 lid 1 sub b BVIE en artikel 14 lid 1 sub b UMVo Pro;
IV. verklaart voor recht dat gebruik van de term ‘lego’ in combinatie met de woorden ‘beton’, ‘blokken’, dan wel ‘betonnen legoblokken’ beschrijvend gebruik vormt in de zin van artikel 2.23 lid 1 sub b BVIE en artikel 14 lid 1 sub b UMVo Pro en in overeenstemming is met de eerlijke gebruiken in nijverheid en handel;
V. de LEGO Groep veroordeelt in de proceskosten op grond van artikel 1019h Rv, inclusief nakosten en te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.5.
[partij B] legt aan haar vorderingen – zakelijk weergegeven – ten grondslag dat zij geen inbreuk heeft gemaakt op de LEGO-merken, onder meer omdat zij geen ongerechtvaardigd voordeel heeft getrokken uit de LEGO-merken. Daarnaast stelt [partij B] zich op het standpunt dat zij op grond van artikel 2.23 lid 1 sub b BVIE en artikel 14 lid 1 sub b UMVo Pro gerechtigd is gebruik te maken van de LEGO-merken, nu sprake is van beschrijvend gebruik van de Tekens. Voorts voert [partij B] aan dat ‘lego’ binnen de bouwsector een zeer voor de hand liggende aanduiding is, op grond waarvan zij een geldige reden heeft om de Tekens te gebruiken voor stapelbare modulaire betonblokken in de bouwsector.
3.6.
De LEGO Groep voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [partij B], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de [partij B] in de kosten van deze procedure op grond van artikel 1019h Rv, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.7.
Op de stellingen van partijen wordt hierna – voor zover nodig – nader ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie en in reconventie
Bevoegdheid
4.1.
Voor zover de vorderingen van de LEGO Groep in conventie zijn gegrond op inbreuk op haar Uniewoordmerk, is de rechtbank op grond van de artikelen 123 lid 1, 124 aanhef en onder a en 125 lid 1 van de UMVo in verbinding met artikel 3 van Pro de Uitvoeringswet EG-Verordening inzake het Gemeenschapsmerk bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen van de LEGO Groep met deze grondslag, omdat [partij B] gevestigd is in Nederland. Deze bevoegdheid strekt zich uit tot het grondgebied van de gehele Europese Unie.
4.2.
Voor zover de vorderingen van de LEGO Groep zijn gebaseerd op inbreuk op haar
Benelux-woordmerk, is de rechtbank bevoegd op grond van artikel 4.6 lid 1 BVIE, omdat [partij B] is gevestigd in Nederland. Deze bevoegdheid strekt zich uit tot het grondgebied van de Benelux.
4.3.
[partij B] heeft de bevoegdheid van deze rechtbank overigens niet bestreden.
4.4.
Voor wat betreft de door [partij B] ingestelde vorderingen in reconventie is deze rechtbank eveneens bevoegd daarvan kennis te nemen, alleen al omdat de LEGO Groep die bevoegdheid niet heeft bestreden.
in conventie
Geldigheid van de LEGO-merken
4.5.
De rechtbank dient op grond van artikel 127 lid 1 UMVo Pro uit te gaan van de geldigheid van een Uniemerk, tenzij dit door de verweerder bij een reconventionele vordering tot nietigverklaring wordt bestreden. [partij B] stelt zich weliswaar op het standpunt dat de term ‘lego’ binnen de bouwsector een zeer voor de hand liggende aanduiding is en dat de LEGO-merken zijn verworden tot soortnaam. Zij heeft echter geen reconventionele vordering tot nietigverklaring van de LEGO-merken ingesteld. Bij afwezigheid daarvan gaat de rechtbank uit van de geldigheid van de LEGO-merken.
Inbreuk op de LEGO-merken
Merkinbreuk sub c
4.6.
Voor een succesvol beroep op artikel 9 lid 2 sub c UMVo Pro en artikel 2.20 lid 2 sub c BVIE is vereist dat door het gebruik (van een teken gelijk aan dan wel overeenstemmend met het merk) hetzij ongerechtvaardigd voordeel wordt gehaald uit hetzij afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk (ook wel ‘verwatering’ genoemd). [4]
Iemand haalt ongerechtvaardigd voordeel uit het onderscheidend vermogen of de reputatie van een merk in gevallen waarin sprake is van meeliften op de bekendheid van dat merk, of ‘free-riding’. Het gaat dan niet om de schade aan het merk, maar om het profijt dat de derde haalt uit het gebruik van het teken.
Er is sprake van verwatering indien door het gebruik van een teken dat gelijk is aan of overeenstemt met een merk, de identiteit van dat merk afbrokkelt en aan impact op het publiek inboet. [5]
4.7.
Tussen partijen is niet in geschil dat de LEGO-merken bekende merken zijn en dat de Tekens overeenstemmen met de LEGO-merken. [partij B] betwist echter dat zij heeft meegelift op de reputatie van de LEGO-merken en/of dat zij ongerechtvaardigd voordeel heeft getrokken uit de LEGO-merken. Voor zover sprake is van merkinbreuk, voert [partij B] aan dat zij op grond van artikel 2.23 lid 1 sub b BVIE gerechtigd is gebruik te maken van de LEGO-merken, nu sprake is beschrijvend gebruik van de Tekens in plaats van gebruik als merk. Het gebruik van de Tekens door [partij B] is volgens haar immers beschrijvend voor het modulaire karakter van de blokken, de specifieke werkmethode waarbij (betonnen) blokken gestapeld en gekoppeld kunnen worden en voor de solide stapelbaarheid daarvan.
4.8.
De rechtbank verwerpt het verweer van [partij B]. Daartoe is het volgende redengevend. Zoals uit 2.4 blijkt heeft [partij B] op de Website veelvuldig gebruik gemaakt van de Tekens, zonder dat zij daarvoor toestemming had van de LEGO Groep. Daarbij heeft de LEGO Groep ter zitting, onweersproken, aangevoerd dat [partij B] in een e-mail aan haar van 4 maart 2025 (EP06) het volgende heeft laten weten:
“[…] Heb begrepen dat enkele grotere ondernemingen sowieso niet akkoord gaan met jullie
schrijven en het willen aanvechten bij de rechtbank. Deze bedrijven zullen dus het woord
LEGO blijven gebruiken totdat de rechter een uitspraak heeft gedaan en dus tot die tijd vaker
en makkelijker vindbaar zijn via Google als het gaat om de betonnen stapelblokken.
Als ik nu jullie schrijven onderteken mag ik het woord LEGO nooit meer gebruiken en kost het mij ook nog eens € 2.000,00. Ook al zou het mij niets kosten, als ik het onderteken zit ik eraan vast en ben ik dus minder goed vindbaar. Dat kost mij sowieso omzet en dat wil ik uiteraard ook weer niet. Het is nu eenmaal een gegeven dat mensen op Google zoeken op “betonnen legoblokken” of een verbastering daarvan. Aan de ene kant wil ik van deze zaak af zijn, aan de andere kant voelt het niet goed en word ik nu [op, rb] een achterstand gezet ten opzichte van sommige concurrenten.”
4.9.
Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de verklaringen van [partij B] – dat zij zonder het gebruik van de Tekens minder goed vindbaar is, dat het haar omzet kost en dat zij daardoor op achterstand wordt gezet ten opzichte van concurrenten – in redelijkheid niet anders worden uitgelegd dan dat zij door het gebruik van de Tekens in het kielzog van de LEGO-merken vaart om van de aantrekkingskracht, de reputatie en het prestige ervan te profiteren, althans om voordeel te halen uit de commerciële inspanning die de LEGO Groep heeft gedaan om het imago van het merk te creëren en te onderhouden. Aldus wordt door [partij B] ongerechtvaardigd voordeel getrokken uit het onderscheidend vermogen en de reputatie van de LEGO-merken, zodat in beginsel sprake is van merkinbreuk.
4.10.
Het verweer dat [partij B] voor het gebruik van de Tekens een geldige reden heeft in de zin van artikel 14 lid 1 onder Pro b UMVo en artikel 2.23 lid 1 onder b BVIE – welk gebruik zou dienen ter aanduiding van kenmerken van de waar – gaat evenmin op. Hoewel het woord ‘lego’ begripsmatig (taalkundig) niet de betekenis van ‘stapelbare modulaire bouwblokken’ heeft, doet dat er niet aan af dat het woord ‘lego’ geassocieerd wordt met stapelbare blokken. De LEGO Groep dient beschrijvend gebruik van de LEGO-merken te dulden voor zover sprake is van eerlijk gebruik in nijverheid en handel, bijvoorbeeld als [partij B] (eenmalig) wil uitleggen dat haar betonblokken een modulair karakter hebben met noppen, zoals Lego-blokjes. Dit gebruik vindt haar begrenzingen echter wel in de manier waarop en de hoeveelheid waarmee verwijzingen naar de LEGO-merken op de Website van [partij B] worden gebruikt. Het overvloedige gebruik van de Tekens door [partij B] op de Website – zoals weergegeven in 2.4 – is naar het oordeel van de rechtbank niet in overeenstemming met de eerlijke gebruiken in nijverheid en handel. [partij B] handelt deloyaal. [6] Het op de c-grond gevorderde inbreukverbod kan hierom worden toegewezen.
4.11.
Hieraan voegt de rechtbank volledigheidshalve nog het volgende toe. Het verweer van [partij B] dat de LEGO Groep tot zeer kortgeleden tegen het jarenlange bestendig gebruik van de term "legoblokken" in de bouwsector niet juridisch is opgetreden en dat zij door het stilzitten impliciet heeft aanvaard dat de term in de markt gangbaar is geworden als soortaanduiding gaat niet op.
Met de LEGO Groep acht de rechtbank irrelevant dat andere partijen mogelijkerwijs ook inbreuk maken op de LEGO-merken. De LEGO Groep heeft betoogd dat zij op structurele basis inspanningen ontplooit en investeringen doet om de bekendheid en het onderscheidend vermogen van de LEGO-merken te onderhouden en te vergroten. De LEGO Groep heeft verder voldoende onderbouwd dat zij, ook in Nederland, optreedt tegen inbreukmakers zoals [partij B] en andere partijen in de bouwsector in Nederland en andere EU-landen, waarbij indien nodig gerechtelijke stappen worden ondernomen. [7] Zelfs indien er partijen in de markt zijn die de LEGO-merken beschrijvend gebruiken (toegestaan ingevolge art. 14 sub b UMVo Pro en art. 2.23 sub b BVIE), volgt hieruit niet zonder meer dat de LEGO-merken tot soortnaam zijn verworden.
Tot slot kan, anders dan [partij B] veronderstelt, uit de omstandigheid dat de term "legoblokken" gedurende omstreeks 60 jaar is gebruikt in (vak)publicaties niet worden afgeleid dat die term gedurende deze periode door ondernemingen is benut om de eigen producten aan te prijzen en nog minder dat de LEGO Groep, hoewel zij ermee bekend was, daartegen niet heeft opgetreden.
Inbreuk sub d
4.12.
De door de LEGO Groep op de grondslag van artikel 2.20 lid 2 sub d BVIE ingestelde vordering behoeft geen bespreking nu het gevorderde inbreukverbod al wordt opgelegd op de c-grond, nog daargelaten dat van een dergelijke situatie geen sprake is, omdat het gebruik van het Teken door [partij B] (wèl) is aan te merken als gebruik ter onderscheiding van waren of diensten.
De inhoudelijke vorderingen
4.13.
Het voorgaande brengt mee dat het
onderI gevorderde inbreukverbod zal worden toegewezen voor de Europese Unie. Hoewel de inbreuk reeds is gestaakt, heeft de LEGO Groep belang bij een verbod met dwangsommen nu [partij B] de inbreuk heeft betwist en geen onthoudingsverklaring heeft getekend. De dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd zoals vermeld in de beslissing.
4.14.
De rechtbank is van oordeel dat de LEGO Groep – naast oplegging van een inbreukverbod – geen afzonderlijk belang heeft bij toewijzing van de gevorderde verklaring voor recht dat [partij B] merkinbreuk heeft gemaakt (
vordering II). De vordering onder II zal daarom worden afgewezen.
4.15.
De LEGO Groep heeft (
onder IV (i))gevorderd de zaak naar de schadestaat te verwijzen. Daarvoor is nodig dat de LEGO Groep de mogelijkheid dat zij schade heeft geleden aannemelijk heeft gemaakt. Nu vast is komen te staan dat [partij B] inbreuk heeft gemaakt op de merkrechten van de LEGO Groep, is aan die eis voldaan. Lego heeft ter zitting verklaard dat haar schade in dit geval schuilt in de verwatering in de markt van de LEGO-merken; de exclusiviteit ervan wordt aangetast. De rechtbank zal [partij B] derhalve veroordelen tot vergoeding van de door de LEGO Groep geleden schade, nader op te maken bij staat. De gevorderde wettelijke rente zal evenzeer worden toegewezen, nu daartegen geen afzonderlijk verweer is gevoerd.
4.16.
De LEGO Groep heeft, naast vergoeding van haar schade, ook winstafdracht gevorderd. Een vordering tot winstafdracht kan overeenkomstig de artikelen 129 lid 2 UMVo jo. 2.21 lid 4 BVIE worden toegewezen, tenzij de rechtbank van oordeel is dat het merkgebruik niet te kwader trouw is of dat de omstandigheden van het geval tot zulk een veroordeling geen aanleiding geven. Van kwade trouw is alleen sprake in gevallen van moedwillig gepleegde inbreuk. Dat doet zich voor als degene wiens handelwijze achteraf inbreukmakend wordt geacht, ten aanzien van zijn handelen bewust is geweest van het inbreukmakend karakter ervan. Van bewust handelen is geen sprake als de beweerdelijke inbreukmaker zich verweert op een wijze die niet bij voorbaat kansloos wordt geacht. [8]
4.17.
In het onderhavige geval heeft de LEGO Groep niets gesteld over kwade trouw en is het verweer van [partij B], bestaande uit de gemotiveerde betwisting van de merkinbreuk, niet aan te merken als bij voorbaat kansloos. Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat [partij B] niet te kwader trouw merkinbreuk heeft gepleegd. De
onder IV (ii)gevorderde winstafdracht zal daarom worden afgewezen.
4.18.
De LEGO Groep heeft
onder IIIgevorderd om [partij B] te veroordelen om binnen twee weken na betekening van dit vonnis aan de advocaten van de LEGO Groep schriftelijk opgave te doen van alle informatie die [partij B] bekend is omtrent de inbreuk, zoals de daarmee gemaakte netto winst en de exacte wijze waarop deze is berekend, welke opgave moet zijn vergezeld van documentatie waaruit de juistheid en volledigheid van die gegevens blijkt.
4.19.
De rechtbank overweegt als volgt. Nu de gevorderde winstafdracht zal worden afgewezen, kan deze geen grondslag vormen voor het opgavebevel. Het recht op schadevergoeding (zie r.o. 4.15) kan een opgavebevel in beginsel wel rechtvaardigen. Echter, in dit geval schuilt de schade van de LEGO GROEP in de verwatering in de markt van de LEGO-merken; de exclusiviteit ervan wordt aangetast. [partij B] heeft aangevoerd dat de LEGO Groep voor wat betreft de door haar, [partij B], gepleegde merkinbreuk al beschikt over alle relevante informatie. De LEGO Groep heeft dat niet bestreden. De LEGO Groep heeft ook niet gepreciseerd welke informatie zij nog van [partij B] zou willen ontvangen. Bij deze stand van zaken zal de gevorderde opgave worden afgewezen.
in reconventie
4.20.
[partij B] vordert in reconventie een verklaring voor recht dat zij geen inbreuk maakt op de LEGO-merken, dat zij de Tekens beschrijvend gebruikt en dat zij gerechtigd is de Tekens te gebruiken bij de beschrijving van haar producten. Hiervoor is in 4.9 geoordeeld dat sprake is van merkinbreuk. Daarmee is de grondslag van [partij B] weerlegd, wat betekent dat haar tegenvorderingen zullen worden afgewezen.
in conventie en in reconventie
Proceskosten
4.21.
[partij B] zal als de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van de LEGO Groep in conventie en in reconventie. De LEGO Groep maakt (
onder V) aanspraak op vergoeding van de volledige proceskosten als bedoeld in artikel 1019h Rv. De LEGO Groep heeft daartoe specificaties van haar advocaatkosten van in totaal € 56.853,40 overgelegd (EP16 en EP17).
4.22.
De onderhavige zaak is een zaak ter handhaving van intellectuele eigendomsrechten in de zin van artikel 1019 Rv Pro. Om de redelijkheid en evenredigheid van de opgevoerde advocaatkosten te kunnen beoordelen, zal de rechtbank aansluiting zoeken bij de Indicatietarieven in IE-zaken (versie februari 2026). De daarin vermelde tarieven worden geacht redelijk en evenredig te zijn. Onderhavige zaak valt, gelet op het relevante feitencomplex en de grondslagen van de vorderingen, naar het oordeel van de rechtbank onder de categorie ‘normale bodemzaak’ met een maximumtarief van € 21.000,-. De rechtbank zal de door de LEGO Groep gemaakte en gespecificeerde advocaatkosten tot dat maximumbedrag toewijzen. Het meer gevorderde zal worden afgewezen.
4.23.
Het toe te wijzen bedrag aan advocaatkosten (€ 21.000,-) wordt verhoogd met het griffierecht van € 714,-, de deurwaarderskosten van € 159,70 en de koerierskosten van € 123,05. Onder de proceskosten vallen ook de nakosten. De nakosten worden begroot op het bedrag genoemd in het liquidatietarief civiel (per 1 februari 2026: € 296,00). In geval van betekening worden een extra bedrag aan salaris (per 1 februari 2026: € 98,-) en de explootkosten van betekening toegekend.
4.24.
De totale proceskosten aan de zijde van de LEGO Groep worden aldus begroot op € 22.292,75.
4.25.
Naar de rechtbank begrijpt bedoelt de LEGO Groep met de vordering
onder VIuitsluitend om de gevorderde proceskostenveroordeling (zie r.o. 4.22) te vermeerderen met de wettelijke rente. De onder IV (i) gevorderde wettelijke rente wordt (zie 5.2) al toegewezen en verder ontbreken in het petitum bedragen die voor vermeerdering met de wettelijke rente in aanmerking kunnen komen.
4.26.
De wettelijke rente over de proceskostenveroordeling wordt toegewezen op de wijze als in de beslissing vermeld.

5.De beslissing

De rechtbank
In conventie
5.1.
veroordeelt [partij B] onmiddellijk in de gehele Europese Unie iedere inbreuk op de LEGO-merken te staken en gestaakt te houden, op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- voor iedere keer of iedere dag, of gedeelte daarvan, dat [partij B] hiermee na de betekening van dit vonnis (gedeeltelijk) in strijd handelt, met een maximum van € 75.000,-;
5.2.
veroordeelt [partij B] de door de LEGO Groep ten gevolge van de merkinbreuk geleden schade aan de LEGO Groep te vergoeden, een en ander nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
in reconventie
5.4.
wijst het door [partij B] gevorderde af;
In conventie en in reconventie
5.5.
veroordeelt [partij B] in de proceskosten van € 22.292,75, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [partij B] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.6.
veroordeelt [partij B] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
5.7.
verklaart 5.5 en 5.6 uitvoerbaar bij voorraad;
5.8.
wijst al het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Alt-van Endt, rechter, bijgestaan door mr. R.W.J. Slits, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.

Voetnoten

1.Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
2.Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake het Uniemerk.
3.Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen).
4.HvJ EU 4 maart 2020, ECLI:EU:C:2020:151 (Burlington).
5.HvJ EU 27 november 2008, ECLI:EU:C:2008:655 (Intel) en HvJ EU 18 juni 2009, ECLI:EU:C:2009:378 (L’Oréal/Bellure).
6.Zie voor een vergelijkbaar oordeel: Rb. Den Haag 25 april 2025, r.o. 4.11, ECLI:NL:RBDHA:2025:7003 (Lego/Betonblock c.s.).
7.Zie voor een succesvolle actie bijvoorbeeld de procedure van voetnoot 6.
8.BenGH 11 februari 2008, ECLI:NL:XX:2008:BC6935 (Ondeo/Michel).