Eiser, een Indiase kok werkzaam in de Aziatische keuken, vroeg verlenging van zijn gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA). De minister wees deze aanvraag af op basis van een negatief arbeidsmarktadvies van het UWV, dat stelde dat er voldoende prioriteitgenietend aanbod was en dat de functie-eisen onrealistisch waren.
Eiser voerde aan dat de beleidswijziging waarbij specifieke functie-eisen werden afgeschaft, in strijd was met het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel. De rechtbank oordeelde dat er geen concrete toezeggingen waren gedaan waarop eiser mocht vertrouwen en dat de beleidswijziging tijdig was aangekondigd.
De rechtbank stelde echter vast dat het UWV-advies onvoldoende inzichtelijk en concludent was, met name over de inwerktijd van drie tot zes maanden voor zelfstandig werkend koks en de irreële functie-eis van twee jaar werkervaring. Ook waren de wervingsinspanningen van de werkgever onvoldoende gemotiveerd betwist.
De minister had zich daarom niet zonder meer op het UWV-advies kunnen baseren en handelde in strijd met zijn vergewisplicht. Het bestreden besluit werd vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.