ECLI:NL:RBDHA:2026:13742
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 27 december 2025 een asielaanvraag in. Verweerder stelde vast dat Duitsland verantwoordelijk is voor de beoordeling van zijn aanvraag, omdat eiser eerder in Duitsland asiel had aangevraagd. Op basis van de Dublinverordening en de Vreemdelingenwet 2000 besloot verweerder de aanvraag niet in behandeling te nemen en eiser over te dragen aan Duitsland.
Eiser voerde aan dat hij in Duitsland onjuist was behandeld, dat zijn medische situatie een overdracht belemmerde en dat hij nieuw bewijs had overgelegd. De rechtbank oordeelde dat het interstatelijke vertrouwensbeginsel geldt en dat alleen bij aantoonbare systematische tekortkomingen in Duitsland kan worden afgeweken van de overdracht. Eiser maakte dit niet aannemelijk.
De rechtbank stelde dat eiser zijn klachten over de behandeling in Duitsland bij de Duitse rechter moet voorleggen. Ook waren de medische omstandigheden onvoldoende om overdracht te weigeren, aangezien Duitsland gebonden is aan de Opvangrichtlijn en de medische documenten geen onomkeerbare gevolgen bij overdracht toonden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat verweerder de asielaanvraag terecht niet in behandeling nam en overdracht aan Duitsland mocht effectueren. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag en de overdracht aan Duitsland wordt ongegrond verklaard.