Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:13810

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
28 mei 2026
Zaaknummer
NL26.20236
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland

De verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen vanwege de Dublin-verordening, waarbij Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling.

Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tevens is een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om het besluit tijdelijk te schorsen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld en er geen noodzaak meer is voor een voorlopige maatregel.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en de uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb.

Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld en Duitsland verantwoordelijk is voor de asielaanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.20236

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker,

V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. J.M. Bell),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 8 april 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.20235, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 26 mei 2026 door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.