Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:13848

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 april 2026
Publicatiedatum
28 mei 2026
Zaaknummer
NL26.7399 NL26.7413
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 42 VwArt. 43 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroepen niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvragen Syrië

Eisers, neven uit Syrië, hebben gelijktijdig asielaanvragen ingediend bij de minister van Asiel en Migratie. De minister ontving deze aanvragen op 4 augustus 2024 en diende uiterlijk binnen zes maanden te beslissen. Vanwege een besluitmoratorium voor Syrië, dat gold van 14 december 2024 tot 13 juni 2025, werd de beslistermijn verlengd met één jaar, waardoor de uiterste beslisdatum op 4 februari 2026 lag.

Eisers stelden de minister op 26 januari 2026 schriftelijk in gebreke, maar de rechtbank oordeelt dat deze ingebrekestellingen te vroeg zijn ingediend omdat de beslistermijn toen nog niet was verstreken. Hierdoor zijn de beroepen van eisers tegen het uitblijven van een besluit niet-ontvankelijk verklaard.

De rechtbank vond het niet nodig partijen uit te nodigen voor een zitting en behandelde de zaken als samenhangend vanwege de gelijke omstandigheden. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A. Skerka en griffier C.A.A.W. van der Heijden op 3 april 2026.

Uitkomst: De beroepen zijn niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestellingen te vroeg zijn ingediend.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.7399 en NL26.7413
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser 1] en [eiser 2], eisers
V-nummers: [V-nummer] en [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A.M. van Eik), en
de minister van Asiel en Migratie,de minister.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over de beroepen die eisers hebben ingediend, omdat de minister volgens hen niet op tijd heeft beslist op hun aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvragen).

Overwegingen

1. De rechtbank vindt het in deze zaken niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1
2. De rechtbank beschouwt deze zaken vanwege de inhoud als samenhangende zaken. Immers, eisers zijn neven, zij hebben dezelfde gemachtigde, hun aanvragen zijn gelijktijdig ingediend en hun asielmotieven komen overeen met elkaar.
3. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2

Zijn de beroepen van eisers ontvankelijk?

4. De minister heeft de aanvragen op 4 augustus 2024 ontvangen. De minister moet uiterlijk binnen zes maanden na ontvangst van de aanvragen beslissen.3
1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.
3 Artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Aanvankelijk heeft de minister de beslistermijn onder toepassing van WBV 2023/26 met negen maanden verlengd. De minister heeft
5. Eisers komen uit Syrië. Met ingang van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025 gold voor Syrië een besluitmoratorium.4 Gedurende de tijd dat het besluitmoratorium van kracht was, besliste de minister niet op asielaanvragen van vreemdelingen uit dat land. De beslistermijn voor asielaanvragen die vóór of tijdens de werking van het besluitmoratorium werden ontvangen, is verlengd met één jaar tot ten hoogste 21 maanden.5
6. De minister diende uiterlijk op 4 februari 2026 te beslissen op de aanvragen
(4 augustus 2024 + zes maanden + één jaar, tot in totaal ten hoogste 21 maanden). Eisers hebben de minister op 26 januari 2026 in gebreke gesteld. De beslistermijn was op dat moment nog niet verstreken. De ingebrekestellingen zijn dus te vroeg ingediend. De beroepen zijn daarmee kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van
C.A.A.W. van der Heijden, griffier.
deze WBV echter weer ingetrokken (IB 2025/28). Als gevolg hiervan geldt voor alle asielaanvragen die zijn ingediend vanaf 1 januari 2024 weer een beslistermijn van zes maanden.
4 Stct. 2024, 41538.
5 Artikel 43, eerste lid, van de Vw en artikel 2 van Pro het Besluit instelling besluitmoratorium en vertrekmoratorium vreemdelingen afkomstig uit Syrië.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
03 april 2026

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.