ECLI:NL:RBDHA:2026:13933
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag eenmalige energietoeslag 2023 wegens ontbreken hoofdverblijf in gemeente
Eiseres diende op 14 maart 2024 een aanvraag in voor een eenmalige energietoeslag over 2023 bij de gemeente [plaats 1]. Het college wees de aanvraag af omdat eiseres op de peildatum 1 september 2023 haar hoofdverblijf niet in de gemeente [plaats 1] had, maar in [plaats 2]. Eiseres voerde aan dat haar formele woonsituatie bepalend is en dat zij voldeed aan de voorwaarden, waaronder een huurovereenkomst en registratie in de BRP tot 10 oktober 2023.
De rechtbank oordeelde dat het zwaartepunt van het persoonlijke leven bepalend is voor de woonplaats en dat eiseres feitelijk in [plaats 2] verbleef. Hierdoor was het college niet bevoegd om haar een energietoeslag toe te kennen. Ook het beroep op de hardheidsclausule en zeer dringende redenen werd verworpen omdat geen acute noodsituatie was aangetoond.
Het beroep werd ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiseres geen recht heeft op de energietoeslag, geen griffierecht terugkrijgt en geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een eenmalige energietoeslag 2023 is ongegrond verklaard omdat eiseres op de peildatum haar hoofdverblijf niet in de gemeente had.