Appellant heeft een eenmalige energietoeslag 2023 aangevraagd bij het college van burgemeester en wethouders van Breda. Het college wees de aanvraag af omdat appellant alleen een briefadres in Breda heeft en zijn feitelijke hoofdverblijf op een zeilboot is, waardoor hij niet voldoet aan het woonplaatsbeginsel van artikel 40, eerste lid, van de Participatiewet (PW).
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen van de afwijzing in stand. Het college voerde aan dat appellant niet in Breda woont, wat het toekennen van de toeslag verhindert. Appellant voerde aan dat hij op grond van het gemeentelijke beleid toch recht heeft op de toeslag vanwege zijn briefadres en energielasten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het woonplaatsbeginsel strikt moet worden toegepast en dat het beleid geen afwijking toestaat voor personen met uitsluitend een briefadres. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen. Wel wordt het verzoek om vrijstelling van griffierecht toegewezen en het betaalde griffierecht terugbetaald.
Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten. De afwijzing van de aanvraag blijft in stand omdat appellant niet voldoet aan de wettelijke vereisten voor het verkrijgen van bijzondere bijstand in de vorm van een energietoeslag.