Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De vreemdeling, met de Libische nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 24 september 2025 is opgelegd. Hij stelde dat het voortduren onrechtmatig is vanwege het ontbreken van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn en onvoldoende voortvarendheid van de overheid.
De rechtbank heeft het beroep getoetst aan eerdere uitspraken en concludeert dat er wel degelijk zicht is op uitzetting naar Tunesië en Libië. De overheid handelt voortvarend door periodiek te rappelleren en vertrekgesprekken te voeren. De vreemdeling heeft onvoldoende onderbouwd dat uitzetting binnen een redelijke termijn niet mogelijk is.
Daarnaast is geoordeeld dat de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling, waaronder zijn seksuele gerichtheid en psychische klachten, geen aanleiding geven tot onrechtmatigheid van de maatregel. Ook is het verzoek om toepassing van een lichter middel afgewezen omdat dit niet doeltreffend is gebleken.
De rechtbank wijst het beroep en het verzoek om schadevergoeding af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.