Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:13994

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
28 mei 2026
Zaaknummer
NL25.54323
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting tijdens bezwaarprocedure verblijfsvergunning

Verzoeker heeft een reguliere verblijfsvergunning aangevraagd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 4 november 2025 is afgewezen. Hiertegen is bezwaar gemaakt en tegelijkertijd is een voorlopige voorziening gevraagd om uitzetting te voorkomen zolang het bezwaar in behandeling is.

De minister heeft op 9 april 2026 laten weten zich niet te verzetten tegen de toewijzing van deze voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter ziet geen beletselen om het verzoek toe te wijzen en bepaalt dat de minister zich moet onthouden van uitzetting of voorbereidingen daartoe totdat op het bezwaar is beslist.

Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 934, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter F. Sijens en openbaar gemaakt op 28 mei 2026.

Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen, waardoor verzoeker niet mag worden uitgezet totdat op het bezwaar is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.54323

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker]

[V-nummer]
(gemachtigde: mr. V.L. van Wieringen),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek van verzoeker om een voorlopige voorziening.
1.1.
Bij besluit van 4 november 2025 (primaire besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker om verlening van een reguliere verblijfsvergunning afgewezen.
1.2.
Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en daarnaast de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, die ertoe strekt dat verzoeker het besluit op het bezwaar in Nederland mag afwachten.
1.3.
De minister heeft op 9 april 2026 per brief laten weten zich niet te verzetten tegen toewijzing van het verzoek.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan hangende een bezwaarprocedure de voorzieningenrechter van de rechtbank op verzoek een voorlopige voorziening treffen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3. Nu de minister zich niet verzet tegen de toewijzing van de gevraagde voorziening en de voorzieningenrechter ook overigens geen beletstelen ziet om dit verzoek toe te wijzen, zal de voorzieningenrechter het verzoek toewijzen in die zin dat de minister verzoeker niet mag uitzetten totdat op het bezwaar is beslist.
4. Omdat het verzoek wordt toegewezen, krijgt verzoeker een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934 en een
wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
  • gebiedt de minister om zich te onthouden van iedere maatregel tot verwijdering of uitzetting buiten het grondgebied van Nederland van verzoeker en van voorbereidingen tot zodanige maatregelen, totdat op het bezwaar is beslist;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van € 934.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
M. Kroes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op: