Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[naam] , V-nummer: [nummer] ,
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Procesverloop
Overwegingen
allebetrokken minderjarige kinderen.
Rechtbank Den Haag
Eisers, een Turks gezin met vijf minderjarige kinderen, werden op 8 mei 2026 in vreemdelingenbewaring gesteld nadat hun asielaanvragen niet in behandeling werden genomen vanwege de Dublinverordening. De bewaring werd op 15 mei 2026 opgeheven na overdracht aan Kroatië. De rechtbank beoordeelde of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was en of schadevergoeding moest worden toegekend.
De rechtbank stelde vast dat de minister geen deugdelijke verzwaarde belangenafweging had gemaakt ten aanzien van de minderjarige kinderen, met name de oudste dochter van 17 jaar. Dit motiveringsgebrek maakte de bewaring onrechtmatig. Omdat de bewaring onrechtmatig was vanaf het begin, was verdere beoordeling van de beroepsgronden niet nodig.
De rechtbank kende een schadevergoeding toe voor acht dagen onrechtmatige vrijheidsontneming, berekend op €6.720 voor het gezin. Tevens werden proceskosten van €934 aan eisers toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter R.H. van Marle en griffier M.W. Venderbos op 27 mei 2026. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond wegens onrechtmatige bewaring en veroordeelt de Staat tot betaling van €6.720 schadevergoeding en €934 proceskosten.