ECLI:NL:RVS:2022:2101
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- D.A. Verburg
- J.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige inbewaringstelling van minderjarige kinderen zonder afzonderlijke maatregel
Op 13 januari 2022 stelde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de ouders van een gezin in bewaring, waarbij de minderjarige kinderen in de maatregelen van de ouders werden vermeld, maar geen afzonderlijke maatregel aan hen werd opgelegd. De rechtbank oordeelde dat de inbewaringstelling van de kinderen rechtmatig was, omdat de maatregel aan de moeder ook voor de kinderen zou gelden en de belangen van de kinderen waren afgewogen.
De vreemdelingen stelden echter dat de kinderen zonder een expliciete maatregel onrechtmatig in bewaring waren gesteld, wat ook de bewaring van de ouders onrechtmatig zou maken. De Raad voor de Rechtspraak overwoog dat vrijheidsontneming zonder een schriftelijke maatregel die specifiek aan de vreemdeling is opgelegd, niet voldoet aan de wettelijke vereisten en verwijst naar eerdere jurisprudentie en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep gegrond. Omdat de bewaring inmiddels was opgeheven, was een bevel tot opheffing niet nodig. De vreemdelingen kregen recht op een schadevergoeding en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis en oordeelt dat de inbewaringstelling van de kinderen onrechtmatig was, waardoor ook de bewaring van de ouders onrechtmatig is; de vreemdelingen krijgen recht op schadevergoeding.