ECLI:NL:RBDHA:2026:14022

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
28 mei 2026
Zaaknummer
C/09/695714
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:162 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing bestuurdersaansprakelijkheid en zorgplichtvordering in geschil over schending mantelovereenkomst ICT-dienstverlening

Talisman Software B.V. vordert aansprakelijkheid van Lemontree Holding B.V., Lemontree B.V. en enkele bestuurders wegens schending van een exclusiviteitsbeding in een mantelovereenkomst met Lemontree Interim Solutions B.V. (LIS). Talisman stelt dat LIS zonder toestemming arbeidskrachten rechtstreeks heeft uitgeleend, wat een boete en schadevergoeding rechtvaardigt. Tevens vordert Talisman bestuurdersaansprakelijkheid wegens het niet nakomen van de veroordeling en het leeghalen van LIS, schending van de zorgplicht door Lemontree Holding en aansprakelijkheid wegens misbruik van identiteitsverschil tussen de vennootschappen.

De rechtbank oordeelt dat Lemontree Holding en de indirect bestuurder niet persoonlijk ernstig verwijtbaar hebben gehandeld. De bestuurders waren niet op de hoogte van de schendingen tot april 2023 en hebben daarna adequaat gehandeld. Er is geen bewijs van bewust leeghalen of betalingsonmacht gecreëerd door het bestuur. De zorgplicht van Lemontree Holding is niet geschonden, omdat geen schijn van kredietwaardigheid is gewekt en de financiële situatie van LIS pas eind 2023 onhoudbaar werd. Misbruik van identiteitsverschil en vereenzelviging worden verworpen, omdat de vennootschappen verschillende activiteiten verrichten en geen verwarring bij Talisman bestond.

De vorderingen worden afgewezen en Talisman wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. J.B.J. Hoefnagel en uitgesproken op 27 mei 2026.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Talisman af en veroordeelt haar in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel
Zaaknummer: C/09/695714 / HA ZA 25-1092
Vonnis van 27 mei 2026
in de zaak van
TALISMAN SOFTWARE B.V.te Wassenaar,
eiser,
hierna: Talisman,
advocaat: mr. W.J. de Boer,
tegen

1.LEMONTREE HOLDING B.V. te Alphen aan den Rijn, hierna: Lemontree Holding,2. LEMONTREE B.V. te Alphen aan den Rijn,

3.
[gedaagde sub 3]te [woonplaats 1] , hierna: [gedaagde sub 3] ,
4.
[gedaagde sub 4]te [woonplaats 2] , hierna: [gedaagde sub 4] ,
gedaagden,
hierna samen: Lemontree c.s. (vrouwelijk enkelvoud),
advocaat: mr. J.M. Deveer.

1.De procedure

1.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- de dagvaarding van 26 november 2025 met producties 1 tot en met 60;
- de conclusie van antwoord van 21 januari 2026 met producties 1 tot en met 28; en
- het bericht van 3 april 2026 van Lemontree c.s. met productie 29.
1.2.
Op 16 april 2026 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden.

2.De feiten

Partijen
2.1.
Talisman houdt zich bezig met de bemiddeling van arbeidskrachten voor ICT-diensten en het verrichten van ICT-diensten.
2.2.
Lemontree Holding houdt 100% van de aandelen in Lemontree Interim Solutions B.V. (hierna: LIS) en Lemontree B.V. en is de statutair bestuurder van deze vennootschappen. Bestuurder en aandeelhouder van Lemontree Holding is Firefly Management B.V.
2.3.
[gedaagde sub 3] is bestuurder en enig aandeelhouder van Firefly Management B.V.
2.4.
[gedaagde sub 4] is gevolmachtigde bij Lemontree Holding en Lemontree B.V.
2.5.
Schematisch ziet de organisatiestructuur van de Lemontree-vennootschappen er als volgt uit:
Het geschil tussen Talisman en LIS
2.6.
In 2021 hebben Talisman en LIS een mantelovereenkomst gesloten. Die overeenkomst had betrekking op (werkzaamheden voor opdrachten ter zake) het ter beschikking stellen van arbeidskrachten door Talisman aan LIS. De mantelovereenkomst werd voor onbepaalde tijd gesloten en bevatte onder meer de volgende bepaling:

Art. 11 EXCLUSIVITEIT Pro
11.1
Opdrachtgever zal gedurende de looptijd van deze Mantelovereenkomst en gedurende een periode van 24 maanden na beëindiging daarvan, geen arbeids- of andere contracten sluiten met en/of werkzaamheden tegen betaling verlangen van relaties en/of medewerkers van Talisman die via Talisman diensten hebben verleend bij Opdrachtgever, anders dan via Talisman of na schriftelijke toestemming van Talisman.
11.2
Bij overtreding van het bepaalde van 11.1 verbeurt Opdrachtgever aan Talisman een onmiddellijk opeisbare boete van € 10.000 per overtreding en van€ 1.000 voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, onverminderd de overige rechten van Talisman, zoals het recht volledige schadevergoeding te vorderen.
2.7.
Eveneens in 2021 hebben Talisman en LIS een deelovereenkomst gesloten over de uitleen van de heer Reiff (hierna: betrokkene) door Talisman aan LIS voor de periode juli tot en met september 2021. De uitleen van betrokkene is enkele malen verlengd, tot en met januari 2022.
2.8.
In de periode van 11 april 2022 tot en met mei 2023 heeft LIS betrokkene zonder toestemming van Talisman rechtstreeks uitgeleend aan een van haar klanten, Fundis. Betrokkene heeft daartoe steeds contact gehad met een werknemer van LIS, de heer [naam] (hierna: [naam] ).
2.9.
Op 9 juni 2022 heeft [gedaagde sub 4] intern per e-mail het volgende bericht gestuurd aan [naam] :

Is doorgezet.@ [naam]klopt het dat de inzet van [betrokkene] niet meer via Talisman verloopt en dat Talisman daarvan op de hoogte is?
Daarop heeft [naam] diezelfde dag het volgende geantwoord:

Dank [gedaagde sub 4] . En ja het klopt dat het niet meer via Talisman loopt!
2.10.
Bij brief van 1 mei 2023 heeft de advocaat van Talisman LIS zich op het standpunt gesteld dat LIS artikel 11.1 van de mantelovereenkomst heeft geschonden en LIS gesommeerd om een boete te betalen van € 142.000,- op grond van artikel 11.2 van de mantelovereenkomst voor het gedurende 132 dagen rechtstreeks uitlenen van betrokkene.
2.11.
Bij brief van 5 mei 2023 heeft de advocaat van LIS de brief van 1 mei 2023 beantwoord. In die brief wordt erkend dat LIS betrokkene vanaf april 2022 rechtstreeks aan haar klant heeft uitgeleend, maar weigert LIS de gevorderde boete te
betalen omdat het exclusiviteitsbeding nietig zou zijn, en omdat Talisman al vanaf april 2022 op de hoogte zou zijn geweest van het direct uitlenen van betrokkene.
2.12.
De advocaat van Talisman heeft bij brief van 8 mei 2023 op de brief van 5 mei
gereageerd, en heeft de eerdere sommatie bevestigd.
2.13.
In zijn brief van 11 mei 2023 heeft de advocaat van LIS de advocaat van Talisman bericht dat LIS een intern onderzoek was begonnen naar de gang van zaken, dat zij erkent dat het wat betreft de feitelijke gang van zaken mogelijk anders ligt dan in de brief van 5 mei 2023 aangegeven, en dat LIS zal meewerken om de opdracht via Talisman te laten verlopen.
2.14.
LIS en Talisman hebben vervolgens met elkaar gecorrespondeerd over nieuwe afspraken tussen partijen voor de uitleen van betrokkene door Talisman via LIS aan Fundis. Bij brief van 23 mei 2023 heeft de advocaat van LIS echter laten weten dat de uitleen van betrokkene door LIS aan Fundis per 31 mei 2023 eindigt en dat het Talisman vrij staat om betrokkene daarna rechtstreeks aan Fundis uit te lenen.
2.15.
LIS en Talisman hebben onderhandeld over een oplossing van het geschil, maar zijn daar niet uitgekomen.
2.16.
Bij dagvaarding van 7 september 2023 heeft Talisman LIS in een procedure betrokken. Daarin vorderde Talisman een contractuele boete ter grootte van € 193.000,- voor het aangaan van een rechtstreekse samenwerking met betrokkene en het laten voortduren van die samenwerking gedurende 183 dagen. Talisman vorderde ook rente en kosten.
2.17.
Bij vonnis van 14 februari 2024 (ECLI:NL:RBDHA:2024:1742) (hierna: het Vonnis) heeft deze rechtbank de vorderingen van Talisman toegewezen en LIS veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 193.000,- vermeerderd met wettelijke rente en € 9.879,73 aan proceskosten.
Beëindiging van de bedrijfsactiviteiten van LIS
2.18.
Bij besluit van 9 januari 2024 heeft Lemontree Holding in haar hoedanigheid van enig aandeelhouder en bestuurder van LIS, vertegenwoordigd door [gedaagde sub 3] als bestuurder en [gedaagde sub 4] als gevolmachtigde, besloten tot beëindiging van de bedrijfsactiviteiten van LIS.
2.19.
Vervolgens heeft LIS het UWV verzocht om toestemming voor de opzegging van de arbeidsovereenkomsten van de twee werknemers van LIS, waaronder [naam] . Bij beslissing van 7 februari 2025 heeft het UWV deze toestemming verleend. De beslissing, waarin LIS is aangeduid als ‘de werkgever’, bepaalt, voor zover relevant, als volgt:

Dat werkgever heeft besloten om de bedrijfsactiviteiten te staken vinden wij gelet op de hierboven beschreven uitleg, begrijpelijk en ligt in lijn met de beleidsvrijheid die een werkgever op dit punt toekomt. Wij zijn van oordeel dat werkgever zich voldoende verantwoordt voor de beslissing de bedrijfsactiviteiten volledig te beëindigen met de door hem verstrekte uitvoerige toelichting en de daarbij gevoegde stukken: de financiële stukken en de notulen van de aandeelhoudersvergadering.
2.20.
LIS heeft daarna de arbeidsovereenkomsten van de twee werknemers opgezegd.
2.21.
Bij besluit van 2 april 2026 heeft Lemontree Holding in haar hoedanigheid van enig aandeelhouder en bestuurder van LIS, vertegenwoordigd door [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] , besloten tot liquidatie van LIS. Verder is besloten tot uitkering van de nog aanwezige liquide middelen van LIS aan de haar resterende twee schuldeisers, te weten Lemontree
Holding en Talisman. Aan Talisman is, in verband met haar vordering op LIS voortvloeiend uit het Vonnis, een bedrag toegekend van € 41.318,33. De jaarrekeningen van 2023 tot en met 2026 zijn als bijlage aan het besluit gehecht. Het besluit bepaalt ten aanzien van de financiële situatie van LIS in 2023 als volgt:

Per ultimo 2023 was de financiële situatie van de Vennootschap weergegeven in de
jaarrekening 2023 (bijlage 1) als volgt:
  • Het eigen vermogen was € 336.626,-- negatief.
  • Het netto werkkapitaal € 337.106,-- negatief.
  • De liquide middelen bedroegen € 5.928,--.

3.Het geschil

3.1.
Talisman vordert – zakelijk weergegeven – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht verklaart dat Lemontree c.s. onrechtmatig heeft gehandeld jegens Talisman en dat Lemontree c.s. aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade;
II. Lemontree c.s. hoofdelijk veroordeelt tot betaling aan Talisman van € 193.000,- en € 9.879,-, vermeerderd met wettelijke rente;
III. Lemontree c.s. hoofdelijk veroordeelt tot betaling aan Talisman van de buitengerechtelijke incassokosten van € 3.273,05, vermeerderd met wettelijke rente;
IV. Lemontree c.s. hoofdelijk veroordeelt in de proceskosten, vermeerderd met wettelijke rente.
3.2.
Talisman legt aan de vordering – samengevat – ten grondslag dat Lemontree Holding, [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] als (indirect) bestuurders van LIS aansprakelijk zijn jegens Talisman op grond van onrechtmatige daad. Ieder van hen kan een persoonlijk ernstig verwijt worden gemaakt, omdat zij hebben toegelaten dat LIS haar verplichtingen onder de mantelovereenkomst niet is nagekomen en omdat zij LIS hebben leeggehaald en achtergelaten zonder enig verhaal voor Talisman. Daarnaast is Lemontree Holding aansprakelijk jegens Talisman omdat zij een zorgplicht heeft geschonden. Ten slotte is sprake van misbruik van identiteitsverschil tussen LIS en Lemontree B.V., waardoor Talisman onder meer op grond van vereenzelviging een vordering heeft.
3.3.
Lemontree c.s. voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van Talisman in de proceskosten, vermeerderd met de nakosten en wettelijke rente.
3.4.
Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Bestuurdersaansprakelijkheid
4.1.
Talisman houdt de bestuurders van LIS aansprakelijk op grond van het leerstuk van bestuurdersaansprakelijkheid. De bestuurder van LIS is Lemontree Holding. [gedaagde sub 3] is indirect, via Firefly Management B.V., de bestuurder van Lemontree Holding. Deze partijen vormen dus het (indirect) bestuur van LIS.
4.2.
[gedaagde sub 4] is geen bestuurder van LIS of Lemontree Holding, maar gevolmachtigde bij Lemontree Holding. Hij is dus thans geen (indirect) bestuurder van LIS. Talisman heeft gesteld dat [gedaagde sub 4] tot en met 2023 bestuurder was van LIS, maar dit standpunt is door Lemontree c.s. betwist. Het had op de weg van Talisman gelegen om deze stelling te onderbouwen, bijvoorbeeld door het overleggen van een uittreksel van de Kamer van Koophandel waaruit blijkt wie in het verleden bestuurder(s) van LIS was/waren. Nu zij dit heeft nagelaten, is het de rechtbank niet gebleken dat [gedaagde sub 4] op enig moment bestuurder van LIS is geweest. De vorderingen van Talisman jegens [gedaagde sub 4] gebaseerd op bestuurdersaansprakelijkheid worden reeds daarom afgewezen.
4.3.
De vraag die in het kader van het beroep van Talisman op bestuurdersaansprakelijkheid aan de rechtbank voorligt, is of Lemontree Holding en [gedaagde sub 3] als (indirect) bestuurders van LIS (hierna: het bestuur) aansprakelijk zijn voor de schade van Talisman die voortvloeit uit de niet-betaling van (een deel van) het bedrag waartoe LIS bij Vonnis is veroordeelt.
4.4.
De rechtbank overweegt hierover als volgt. Als een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt, is het uitgangspunt dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden is ook ruimte voor aansprakelijkheid van een bestuurder van de vennootschap. Het gaat dan om de zogeheten externe bestuurdersaansprakelijkheid, die kan ontstaan op grond van artikel 6:162 BW Pro. [1] Voor een dergelijke bestuurdersaansprakelijkheid geldt een hoge drempel. Daarvoor is vereist dat die bestuurder ter zake van de benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Het antwoord op de vraag of de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, is afhankelijk van de aard en ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval. [2]
4.5.
Van ernstige persoonlijke verwijtbaarheid van de bestuurder kan onder meer sprake zijn indien de bestuurder willens en wetens heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt en ook geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade (verhaalsfrustratie, beschreven in het arrest Ontvanger/Roelofsen [3] ). Er kunnen zich echter ook andere omstandigheden voordoen op grond waarvan een ernstig persoonlijk verwijt kan worden aangenomen.
4.6.
Het is aan Talisman om voldoende feiten en omstandigheden te stellen waaruit blijkt dat sprake is van een dergelijke situatie, omdat zij zich beroept op de rechtsgevolgen daarvan (namelijk aansprakelijkheid). Talisman heeft, met andere woorden, de stelplicht en de bewijslast.
4.7.
Volgens Talisman is het bestuur aansprakelijk, omdat zij (a) heeft toegelaten dat LIS haar contractuele verplichtingen jegens Talisman onder de mantelovereenkomst niet is nagekomen en (b) heeft bewerkstelligd of toegelaten dat LIS de bij Vonnis uitgesproken veroordeling niet is nagekomen en ook geen verhaal biedt voor de als gevolg daarvan optredende schade.
4.8.
De rechtbank overweegt ten aanzien van de stelling genoemd in (a) als volgt. Bij de beoordeling hiervan maakt de rechtbank een onderscheid tussen de periode voor 25 april 2023, het moment waarvan tussen partijen vaststaat dat het bestuur voor het eerst kennis kreeg van het handelen van [naam] , en de periode daarna. Voor de periode voor 25 april 2023 geldt dat Lemontree c.s. de stelling van Talisman gemotiveerd heeft betwist door erop te wijzen dat (i) het bestuur geen weet had van het handelen van [naam] tot dat moment, doordat [naam] zijn handelswijze ook voor het bestuur heeft verzwegen, (ii) het bestuur tot dat moment geen reden had om te twijfelen aan zijn integriteit en kunde, omdat [naam] een ervaren medewerker was, waarmee tot dan moment geen problemen waren geweest en (iii) het niet gebruikelijk was dat het bestuur zich bemoeide met de inhoud van individuele dossiers. Talisman heeft haar stelling vervolgens niet nader onderbouwd. Gezien deze standpunten van partijen is het de rechtbank niet gebleken dat het bestuur heeft toegelaten dat LIS haar contractuele verplichtingen jegens Talisman onder de mantelovereenkomst niet is nagekomen. Het staat immers vast dat het bestuur tot 25 april 2025 niet bekend was met de schending door LIS van de mantelovereenkomst. Het bestuur heeft dergelijk handelen dus ook niet toegelaten. Dat het bestuur onvoldoende bij [naam] heeft doorgevraagd over de situatie (met name door [gedaagde sub 4] naar aanleiding van de e-mailcorrespondentie geciteerd in 2.9 hiervoor) en onvoldoende in de gaten heeft gehouden of Talisman in de betreffende periode nog facturen stuurde, acht de rechtbank in de omstandigheden zoals door Lemontree c.s. naar voren gebracht (zie (i)-(iii) hiervoor) niet zodanig onzorgvuldig dat het bestuur daarvoor een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt. De hoge drempel van bestuurdersaansprakelijkheid is dus niet gehaald.
4.9.
Hetzelfde geldt voor de periode na 25 april 2023. Talisman verwijt het bestuur dat zij de niet-nakoming van de mantelovereenkomst willens en wetens heeft laten voortduren tot 31 mei 2023. Lemontree c.s. heeft dat gemotiveerd betwist door erop te wijzen dat zij in eerste instantie vanaf 25 april 2023 intern onderzoek heeft gedaan naar het handelen van [naam] , omdat [naam] het bestuur ook na dat moment nog niet de volledige waarheid vertelde, en vanaf het moment dat er voldoende duidelijkheid bestond over de omvang van zijn handelen, heeft ingezet op het repareren van de verhouding met Talisman. Dat dit zo is verlopen kan rechtbank ook afleiden uit de tussen partijen in die periode gevoerde e-mailcorrespondentie. Zo heeft Lemontree c.s. bij e-mail van 11 mei 2023 (zie 2.13 hiervoor) Talisman op de hoogte gesteld dat zij een intern onderzoek is gestart en aangegeven dat zij eraan zal meewerken om de opdracht via Talisman te laten verlopen. Lemontree c.s. heeft vervolgens een voorstel daartoe gedaan, maar dit voorstel is door Talisman afgewezen. Vervolgens heeft de advocaat van LIS bij brief van 23 mei 2023 laten weten dat de uitleen van betrokkene door LIS aan Fundis per 31 mei 2023 eindigt en dat het Talisman vrij staat om betrokkene daarna rechtstreeks aan Fundis uit te lenen (zie 2.14 hiervoor). De rechtbank acht dergelijk handelen van LIS niet onzorgvuldig jegens Talisman. Wel heeft het ertoe geleid dat het boetebedrag dat LIS verschuldigd werd onder de mantelovereenkomst is opgelopen, maar LIS is bij Vonnis ook veroordeeld tot betaling van dit bedrag. Van enig persoonlijk verwijtbaar gedrag van het bestuur in deze omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake.
4.10.
De rechtbank overweegt ten aanzien van de stelling genoemd in (b) van 4.7 als volgt. Volgens Talisman heeft het bestuur LIS bewust leeggehaald, althans een feitelijke betalingsonmacht bij LIS gecreëerd, althans verzuimd om een voorziening te treffen, waardoor het verhaal van de veroordeling in het Vonnis is gefrustreerd. Talisman heeft deze stellingen echter niet onderbouwd. Lemontree c.s. heeft uitdrukkelijk betwist dat sprake is van een situatie van bewust leeghalen van LIS althans het creëren van betalingsonmacht, door erop te wijzen dat het besluit om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen is ingegeven door de slechte bedrijfseconomische situatie van LIS. Ter onderbouwing van deze betwisting heeft Lemontree c.s. verwezen naar de jaarrekeningen van LIS waaruit blijkt dat de financiële situatie van LIS eind 2023 zeer slecht was (beschreven in het aandeelhoudersbesluit van 2 april 2026, zie 2.21 hiervoor) en de toestemming van UWV om de nog lopende arbeidscontracten te beëindigen, waarin het UWV de beslissing van LIS om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen als ‘begrijpelijk’ heeft beoordeeld (zie 2.19 hiervoor). Verder heeft zij erop gewezen dat het treffen van een boekhoudkundige voorziening, gezien de bedrijfseconomische situatie bij LIS, niet had kunnen leiden tot het kunnen betalen van de vordering van Talisman volgend uit het Vonnis. Talisman heeft dit vervolgens onvoldoende weersproken. Hierdoor is het de rechtbank niet gebleken dat sprake is van een situatie van verhaalsfrustratie als beschreven in het arrest Ontvanger/Roelofsen, en daarmee ook niet van persoonlijk verwijtbaar handelen van het bestuur.
4.11.
De conclusie uit het voorgaande is dat het bestuur niet aansprakelijk kan worden gehouden op grond van bestuurdersaansprakelijkheid voor de door Talisman geleden schade.
Schending zorgplicht Lemontree Holding
4.12.
Talisman stelt zich tevens op het standpunt dat Lemontree Holding als aandeelhouder van LIS een op haar rustende zorgplicht heeft geschonden. Daartoe voert zij aan dat Lemontree Holding zich intensief en ingrijpend heeft bemoeid met het beleid van LIS. Lemontree Holding had, in de wetenschap van de slechte financiële situatie van LIS en de vorderingen van Talisman uit hoofde van de mantelovereenkomst, in januari 2024 niet abrupt haar financieringsbereidheid ten aanzien van LIS mogen beëindigen. Verder heeft Lemontree Holding een zorgplicht geschonden doordat zij vanaf 25 april 2023 de schending van de mantelovereenkomst niet heeft gestopt, maar heeft laten voortduren tot 31 mei 2023, aldus steeds Talisman.
4.13.
De rechtbank stelt het volgende voorop. Een groepsvennootschap is als zelfstandig rechtssubject in beginsel uitsluitend zelf aansprakelijk voor haar schulden. Voor de aansprakelijkheid van de moedervennootschap voor die schuld op grond van artikel 6:162 BW Pro moet de moeder zelf een zorgvuldigheidsnorm hebben geschonden die zij jegens de schuldeisers van de groepsvennootschap in acht had behoren te nemen. De Hoge Raad heeft in verschillende arresten geoordeeld dat het wekken van een schijn van kredietwaardigheid door een moedervennootschap bij crediteuren van de groepsvennootschap kan leiden tot aansprakelijkheid van de moedervennootschap. [4] Verder heeft de Hoge Raad in het arrest Sobi/Hurks II overwogen dat een moedervennootschap onder omstandigheden de zorgplicht heeft om te voorkomen dat er op haar groepsvennootschap nieuwe vorderingen van crediteuren ontstaan. Deze zorgplicht ontstaat als de moedervennootschap weet of redelijkerwijs behoort te weten dat de groepsvennootschap de nieuwe vorderingen niet meer kan voldoen. [5]
4.14.
De rechtbank verwerpt de stelling van Talisman dat Lemontree Holding als aandeelhouder aansprakelijk is vanwege het beëindigen van haar financieringsbereidheid in januari 2024. Het beëindigen van de financieringsbereidheid, voor zover hiervan al sprake is geweest, zou onder omstandigheden pas tot aansprakelijkheid van Lemontree Holding jegens Talisman kunnen leiden indien blijkt dat Lemontree Holding op enig moment daarvóór bij Talisman een schijn van kredietwaardigheid ten aanzien van LIS heeft gewekt. Dat dit het geval is, is door Talisman niet gesteld en de rechtbank ook overigens niet gebleken.
4.15.
De rechtbank volgt Talisman evenmin in haar stelling dat Lemontree Holding als aandeelhouder aansprakelijk is vanwege het laten doorlopen van de schending van de mantelovereenkomst van 25 april tot 31 mei 2023. De rechtbank kan in het midden laten of op Lemontree Holding, vanwege de mate van verbondenheid met en bemoeienissen bij LIS, op enig moment een zorgplicht is komen te rusten om te voorkomen dat er op LIS nieuwe vorderingen van crediteuren ontstonden. Immers, voor zover dat zo zou zijn, is niet komen vast te staan dat die zorgplicht reeds bestond op het moment dat de nieuwe boetevorderingen op LIS ontstonden als gevolg van het laten doorlopen van de schending van de mantelovereenkomst in april en mei 2023. Talisman heeft haar stelling dat Lemontree Holding destijds wist of redelijkerwijs behoorde te weten dat LIS de nieuwe boetevorderingen niet meer zou kunnen voldoen, niet onderbouwd. Door Lemontree c.s. is dit standpunt gemotiveerd betwist, door aan te voeren dat bij LIS pas eind 2023 een bedrijfseconomisch onhoudbare situatie was ontstaan.
4.16.
De slotsom is dat Lemontree Holding niet aansprakelijk kan worden gehouden op grond van schending van haar zorgplicht voor de door Talisman geleden schade.
Misbruik van identiteitsverschil en vereenzelviging
4.17.
Tot slot beroept Talisman zich ten aanzien van Lemontree B.V. op de toepassing van vereenzelviging op grond van misbruik van identiteitsverschil. Voor zover er geen sprake zou zijn van vereenzelviging, houdt zij op grond van misbruik van identiteitsverschil Lemontree B.V. en Lemontree Holding aansprakelijk voor de bij Talisman ontstane schade. Volgens Talisman heeft Lemontree Holding, als bestuurder en aandeelhouder van zowel LIS als Lemontree B.V., misbruik gemaakt van het identiteitsverschil tussen LIS en Lemontree B.V. Dit misbruik is gemaakt in de periode voor de totstandkoming van de mantelovereenkomst, door Lemontree B.V. en LIS te presenteren als één en dezelfde onderneming waardoor bij Talisman verwarring is ontstaan. Ook is dergelijk misbruik gemaakt ten tijde van het beëindigen van de bedrijfsactiviteiten van LIS, door de activiteiten van LIS te continueren in Lemontree B.V. met het oogmerk om Talisman te benadelen in haar verhaalsmogelijkheden. Lemontree c.s. heeft betwist dat sprake is van misbruik van identiteitsverschil.
4.18.
Voor de vraag of sprake is van misbruik van identiteitsverschil of grond bestaat voor vereenzelviging van rechtspersonen is het Rainbow-arrest richtinggevend. [6] De Hoge Raad heeft in dit arrest geoordeeld dat door degene die (volledige of overheersende) zeggenschap heeft over twee rechtspersonen, misbruik kan worden gemaakt van het identiteitsverschil tussen deze rechtspersonen. Het maken van dergelijk misbruik dient volgens de Hoge Raad te worden aangemerkt als een onrechtmatige daad, die verplicht tot het vergoeden van de schade die door het misbruik aan derden wordt toegebracht. Deze verplichting tot schadevergoeding rust dan niet alleen op de persoon die met gebruikmaking van zijn zeggenschap de betrokken rechtspersonen tot medewerking aan dat onrechtmatig handelen heeft gebracht, maar ook op deze rechtspersonen zelf, omdat het ongeoorloofde oogmerk van degene die hen beheerst rechtens dient te worden aangemerkt als een oogmerk ook van henzelf. Vereenzelviging van de betrokken rechtspersonen kan, in zeer uitzonderlijke omstandigheden, de meest aangewezen vorm van redres zijn.
4.19.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft Lemontree Holding geen misbruik gemaakt van het identiteitsverschil tussen LIS en Lemontree B.V. Uit hetgeen Lemontree c.s. naar voren heeft gebracht, en door Talisman niet is weersproken, blijkt dat Lemontree B.V. en LIS andere bedrijfsactiviteiten verrichtten. LIS hield zich enkel bezig met arbeidsbemiddeling voor ICT-gerelateerde werkzaamheden en Lemontree B.V. richtte (en richt) zich enkel op het aanbieden van ICT-diensten. Niet gebleken is bovendien dat daarover bij Talisman ooit enige verwarring heeft bestaan; zij heeft de mantelovereenkomst met LIS gesloten en ook heeft zij LIS in rechte aangesproken op het moment dat haar bleek van een schending van die overeenkomst. Verder is niet komen vast te staan dat de activiteiten van LIS zijn gecontinueerd in Lemontree B.V. Door Lemontree c.s. is betoogd, en door Talisman is niet weersproken, dat de bedrijfsactiviteiten van LIS met ingang van 1 april 2024 definitief zijn beëindigd. De twee op dat moment nog lopende opdrachten zijn overgedragen aan een concurrent, en dus niet aan Lemontree B.V.
4.20.
Nu van misbruik van identiteitsverschil geen sprake is, bestaat geen grond voor het aannemen van aansprakelijkheid van Lemontree Holding en/of Lemontree B.V.
Conclusie en proceskosten
4.21.
De conclusie uit het voorgaande is dat Lemontree c.s. niet onrechtmatig heeft gehandeld jegens Talisman. Lemontree c.s. is dan ook niet aansprakelijk voor de door Talisman geleden schade die voortvloeit uit de niet-betaling van (een deel van) het bedrag waartoe LIS bij Vonnis is veroordeelt. De vorderingen van Lemontree c.s. zullen worden afgewezen.
4.22.
Talisman is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Lemontree c.s. worden begroot op:
- griffierecht
6.861,00
- salaris advocaat
5.770,00
(2 punten × € 2.885,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
12.820,00
4.23.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
wijst de vorderingen van Talisman af,
5.2.
veroordeelt Talisman in de proceskosten van € 12.820,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Talisman niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt Talisman tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.B.J. Hoefnagel en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.

Voetnoten

1.Burgerlijk Wetboek
2.HR 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2627, RCI/K.); HR 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758 (
3.HR 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758 (
4.HR 19 februari 1988, ECLI:NL:HR:1988:AG5761 (
5.HR 21 december 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4499 (
6.HR 13 oktober 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7480 (