ECLI:NL:RBDHA:2026:1412

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
28 januari 2026
Zaaknummer
NL25.51136
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak Dublin-verantwoordelijkheid

De minister van Asiel en Migratie heeft op 16 oktober 2025 de aanvraag van de verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Letland volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

De verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De rechtbank Den Haag heeft het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening op 14 januari 2026 behandeld in een zitting waar de verzoeker, zijn gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister aanwezig waren.

De voorzieningenrechter heeft bij uitspraak van 28 januari 2026 het beroep behandeld en geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet langer nodig is. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de Dublin-verordening bepaalt dat Letland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.51136

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , eiser,

geboren op [geboortedatum]
van Soedanese nationaliteit,
V-nummer: [v-nummer:] ,
(gemachtigde: mr. A.P.E.M. Pover),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. R. R. de Groot).
Inleiding1. De minister heeft op 16 oktober 2025 de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Letland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
1.1.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld. [1] Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 14 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, een tolk en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Strating, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Dit beroep staat geregistreerd onder zaaknummer: NL25.51135.